Home » 2011 » mei » 19

Dagelijks archief: 19/05/2011

[22] Kettinghonden

S

Donderdag 19 mei 2011

La France 2011, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 22 van Léglise (B) naar Cherain (B), 70 km. Tot en met vandaag 1.550 km

Om half acht haal ik warm brood bij de bakker op de hoek. Vandaag geen stokbroden in de bakkerswinkel maar brood dat in sneetjes wordt gemaakt met een broodsnijmachine, zoals je die ook in Nederland ziet.

Bordje en bestek leen ik van het zomerhuisje en een rondje Franse kaas heb ik nog in mijn tas. Koffie kan ik zetten met het aanwezig koffiezetapparaat. Dat doe ik ook. Na de afwas worden de tassen weer aan mijn fiets gehangen. Daar gaat hij weer. Die hij ben ik.

Ik merk dat ik in Zuid-Frankrijk meer ervaring heb opgedaan met het fietsen tegen hellingen op. Al met al gaat er meer tijd in je kilometers zitten, ondanks dat je neerwaarts soms als een speer gaat.

Net als in Frankrijk zeg ik de mensen aan de kant van de weg netjes goedemorgen (in het Frans). In Frankrijk kreeg je bijna altijd spontaan ‘bonjour’ terug. Hier zijn de mensen wat stuurser. Soms zeggen ze niks terug en soms moeten ze eerst even nadenken voordat ze ook goedemorgen terugzeggen.

Het landschap bestaat vandaag vooral uit kleinschalige landbouwbedrijven, boerendorpjes en niet al te grote bossen, hier en daar met kabbelende riviertjes. Ook kom ik een kerstbomenkwekerij tegen, of iets wat erop lijkt.

Daar waar in Frankrijk de mensen de honden doorgaans achter gaas hadden, liggen ze hier aan kettingen of touwen. Ze rennen een stuk naar voren totdat de ketting het niet verder toelaat. Ze zien er dikwijls nogal vals uit. De dorpjes ogen vandaag minder armoedig dan doorgaans in Frankrijk op het platteland en gisteren zuidelijker in Wallonië. Ook worden er hier en daar nog nieuwe huizen gebouwd.

Bastogne (Bastenaken in het Nederlands) ken ik vooral van de koeken en van de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik. In Bastogne staat een Amerikaanse tank in het centrum van de stad opgesteld ter herinnering aan het Ardennenoffensief van december 1944. De stad werd toen grotendeels verwoest.

Ten noorden van Bastogne kom ik langs een bedrijf dat split maakt van grote brokken steen. Dat is dat grind met die scherpe kantjes. Het is hier wat stoffig.

Vandaag kom ik weer twee Santiago-gangers op de fiets tegen, deze keer twee dames. De ene komt uit Gilze de andere uit Twente. Ze hebben elkaar leren kennen via de Zoekertjes van santiago.nl. De dame uit Gilze is verder dan die uit Twente. Dit komt met name omdat ze onenigheid hebben over de te volgen route. Ik kan ze uit de brand helpen wat betreft de route. Ik bemoei me verder niet met hun onderling gekibbel.

Het gebied voor Cherain voert langs de Ourthe. Op veel stukken ziet het er mooi uit, dan is er weer een camping met sleurhutten die de oevers van het riviertje ontsiert. Twee kilometer voor Cherain gaat het regenen. Hotel Les Écoliers, een voormalige school en gemeentehuis, wordt gerund door een Nederlander, die afkomstig is van de Utrechtse Heuvelrug. Eerder had hij een hotel in Frankrijk.

 

[21] Taboe

S

Woensdag 18 mei 2011

La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 21 van Montmédy naar Léglise (B), 56 km. Tot en met vandaag 1.480 k

In Avioth, het laatste dorp van enige betekenis op mijn route in Frankrijk, komt Jean uit Zuid Limburg me tegemoet rijden. Je snapt het al. Ook hij is onderweg naar Santiago. We maken een praatje en wisselen weblogadressen uit. Hij zoekt nog een bakker in dit dorp. Ik heb goed nieuws en slecht nieuws voor hem. Het goede nieuws is dat er een bakker in het dorp is, het slechte nieuws is dat de bakker op woensdag gesloten is. Deze informatie had ik vijf minuten daarvoor verkregen van een dorpeling.

Dit is een abdij van de Cisterciënzers, de kloosterorde die veel deed voor de middeleeuwse pelgrims. Nu hebben ze een bierfabriek. Na Orval (België) heb ik geen jack meer aan. Het wordt na elf uur steeds zonniger. Bij een dorp waarvan ik de naam vergeten ben, zit ik aan een koel blikje cola. Deze komt uit een frisdrankautomaat van een kruidenierswinkel, die op dit moment middagpauze heeft of de hele middag gesloten is. Mijn zonnebril heb ik weer op en ik smeer m’n armen en benen maar eens in met factor 20. Mijn kuiten beginnen een beetje te schilferen. Die smeerde ik nooit in. Nu wel.

Bij Hostellerie d’Orval  ga ik aan de koffie. Op zijn Frans bestel ik een ‘un grand café’. De dame antwoordt me ‘un café’. Ik vat hem. In België krijg je een naar Nederlandse maatstaven normale kop koffie als je ’n koffie bestelt en geen espressokopje. Aan de hemel zijn schapenwolken te zien. De zon heeft er weinig last van. Twee Nederlands sprekende Belgische dames zitten aan het Orval bier. Ik houd het toch maar bij koffie.

Als de hellingen te stijl worden loop ik een stukje met mijn fiets aan de hand. Helemaal geen straf. Omdat ik zoiets zelden in weblogverslagen van anderen lees of dit hoor van fietsers die onderweg zijn, doorbreek ik hierbij een taboe.

In Léglise plande ik te overnachten bij een B&B dat in het boekje staat. De mevrouw van het postkantoor weet precies uit te duiden waar ik moet zijn. Het is het huis van de huisdokter en zijn vrouw. Er is een probleem. De vader van de vrouw des huizes is ernstig ziek en zijn dochter zal vannacht bij hem blijven. De dokter zelf beweegt zich voort in een rolstoel. Hij adviseert mij het te proberen bij de gîte rural (zomerhuis) een klein stukje verderop. Soms verhuren ze weleens een kamer aan een passant, als het zomerhuis toch leeg staat. Na ampele overwegingen ben ik daar welkom voor een nacht.

Voor het avondeten verwijst de mevrouw van de gîte me naar de friteszaak die vlak bij de grote weg moet staan. Voor het ontbijt kan ik morgenochtend naar de bakker hier om de hoek. Zij zal nog op één oor liggen als ik morgen om 8.00 uur ga vertrekken. Wel krijg ik van haar een pak koffie, een doosje groene thee, een pak melk en suikerklonten voor bij m’n avondmaal en bij het ontbijt.