Home » Articles posted by dickwalraven (Pagina 109)
Auteursarchief: dickwalraven
[18] Kleine Jan
S
Zondag 15 mei 2011
La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost, dag 18 van Charmont-sous-Barbouze naar Châlons-en-Champagne, 90 km. Tot en met vandaag 1.287 km
Afgelopen nacht sliep ik niet alleen onder een laken en een deken maar ook onder het dikke sier-sprei in de chambre d’hote. Het zou een koude nacht worden. Zoals gewoonlijk heb ik weer prima geslapen. De kruidenierswarenwinkel in het dorp was gisteren ‘wegens omstandigheden’ gesloten. De bakker was wel open. Ze verkochten gisteren hier heerlijke belegde broodjes. Ik vroeg nog of ze ook op zondag open zouden zijn. Het antwoord was: ‘ja’.
Helaas verkopen ze op zondag geen belegde broodjes. Dat was gisteren niet verteld. Nu dan maar chocoladebroodjes e.d. om mee te nemen voor vandaag. Ook op deze dag is het weer fris. Daarom heb ik een jack aan plus wielrenhandschoenen. Voorbij Dosnom krijg ik een bui over me heen. Voor ik de regenkleding heb aangetrokken, ben ik al aardig nat. Ik besluit terug te gaan naar Dosnom om daar te schuilen. Ik ben daar erg snel want ik daal nu weer af het dorp in. Ik schuil daar zo’n twintig minuten. De bui houdt langzaam op.


Er staan twee horecazaken aangegeven in dit rustige gebied in het boekwerkje. Bij de eerste in Soudé-Ste-Croix verkopen ze niet alleen koffie en frisdranken, maar ook patat. Er is één probleem; de zaak is vandaag gesloten. Chez Jeannot (in het Nederlands Bij Jantje) in Dommartin-Lettrée is open. Ik vraag om koffie. ‘Dat werkt niet meer’, zegt de stokoude baas. Ik weet niet of hij het koffieapparaat bedoelt of dat hij het zelf niet meer aankan. ‘Je kunt bij mij wel cola en wijn bestellen’ zegt hij. Ik neem een cola en krijg een blikje van een onbekend merk zonder glas. Kleine Jan brabbelt wat over Belgische en Nederlandse Santiagogangers die bij hem langskomen. Hij vraagt daarna wat mijn beroep is. Zo’n vraag had ik niet verwacht. Ik antwoord na enige aarzeling: éxpert comptable. Hij maakt waarschijnlijk een lijst van beroepen van zijn buitenlandse bezoekers. Ik zie het al voor me: onderwijzer, gemeenteambtenaar, tuinder, enz.

Op mijn verzoek vult hij mijn waterfles in zijn privéruimte. Ik zie vanuit het café dat hij de volle anderhalve literfles bijna niet kan tillen. Ik loop zijn privédomein binnen en pak de fles aan. Hij kijkt zichtbaar blij.
Châlon-en-Champagne is vandaag in de ban van de 8e Boucles de Marne 2011, een regionale wielerwedstrijd. ik moet een stuk over het trottoir lopen, omdat de weg is afgezet voor de wielrenners. Voor de coureurs uit gaat en bescheiden reclameoptocht. Ik kom in het bezit van een forse ijskrabber, een nieuwe keycord en een t-shirt van een ziekenfonds/zorgverzekeraar.
In Châlon wil ik naar de jeugdherberg. De jeugdherberg is inmiddels gesloten hoor ik van een man die in de straat waar de JH had moeten zijn net zijn auto parkeert. Via de VVV kom ik bij een hotel in het oude centrum terecht aan de Place de la Republic.
Châlons-en-Champange is een mooie stad, maar als ik het centrum rond 19 uur doorwandel is ineens alles min of meer uitgestorven. Een bedelaar in een regencape vraagt om wat geld. Verderop zie ik hem later bij een Döner-Kebab-zaakje in de rij staan. Hij heeft zijn avondmaal bij elkaar gebedeld.
Mijn avondmaal doe ik bij La Bourse. Geen aanrader. Het ziet er op het eerste gezicht leuk uit, maar is het NET niet. De service en de klantvriendelijkheid laten te wensen over. Mijn stemming is hierdoor niet verpest. Ik verwacht morgen beter weer dan vandaag.
Van Joke krijg ik een sms met de mededeling dat Ajax kampioen van Nederland is geworden. Roel is naar het Leidseplein om het mee te vieren. Joke, Roel en Bas gefeliciteerd hiermee!!!
[17] Smalle Seine
S
Zaterdag 14 mei 2011
La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 17 van Ervy-le-Châtel via Troyes naar Charmont-sous-Barbuise, 60 km. Tot en met vandaag 1.196 km
’s Morgens kom ik langs het hotel dat geen hotel meer is. De eigenaar zet zijn terrasstoelen en tafels buiten op de stoep. Ik groet hem vriendelijk. Gisterenavond at ik daar prima voor weinig geld. Ik was die avond de enige eter. De andere klanten dronken wijn of bier.
Na een kilometer trek ik de lange broek aan en ook handschoenen. Het is een beetje fris en bewolkt. Later gaat het regenen. Geen bui, maar een druilerige regen. Ik schuil even in een bushokje. Als ik in mijn routeboek zie dat er een halve km verder een café is, stap ik op. Het café is er en nog open ook. Alles heel basic, alles inclusief het hurktoilet. Het valt me op dat in Franse cafés dikwijls krasloten en andere loten worden verkocht. Daar verdienen ze waarschijnlijk nog wat mee bij.


In Troyes, de hoofdstad van de Champagne, is een gotische kathedraal van St. Pierre-et-Paul. Een wat verlopen man drinkt bier uit een blikje bij de ingang en spreekt een ieder luidruchtig aan.
Het Hôpital Dieu heeft hekken bewerkt met bladgoud. Er is een sfeervol centrum met veel koopmanshuizen in de houten vakwerkstijl. Er zijn smalle en iets bredere straten. In de Tweede Wereldoorlog is een flink deel verwoest maar sindsdien weer in oude stijl opgebouwd.
Ik ben het centrum al weer even uit als ik op een bord aan een brug zie dat hier de Seine wordt gepasseerd. Ik kan je vertellen: deze beroemde rivier is hier maar een lullig riviertje.

Het gebied tussen Troyes en Châlons voert door een akkerbouwstreek met kleine dorpjes en af en toe een grote graansilo. Er zijn weinig of geen voorzieningen. Omdat ik morgen aan het eind van de middag in Châlons-en Champagne wil aankomen en dit ongeveer 100 km is vanaf Troyes, kies ik er voor om in Charmont-sur-Barbuise te overnachten. Tegen mijn gewoonte in bel ik het chambres-d’hote-adres vanuit Troyes. Ze hebben plek voor me.
[16] Leeuweriken
S
Vrijdag 13 mei 2011
La France 2011, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 15 van Mailley-le-Château via Vézelay naar Ervy-le-Châtel, 79 km. Tot en met vandaag 1.137 km.
Door mijn Vlaamse vrienden wordt nog even een foto van mij met mijn fiets gemaakt bij het uitrijden van de tuin van het hotel. Al snel zit ik weer op het fietspad langs het kanaal.
In Cravant ga ik even de route af om een bakkie te doen. Het dorpje ziet er leuk uit. Naast het café is er ook nog een kruideniertje, een bakker, een slager en een fietsenwinkel (reparaties en 2e hands fietsen). De VVV is gesloten (fermé). Ik ga weer terug naar het kanaal. Hier hoor je volop vogels.


Het voetbalstadion van Auxerre is te zien vanaf het fietspad langs het Canal du Niverais. Met het kanaal mee kom ik bijna hartje stad met uitzicht op de kathedraal Sint Etienne.
Het duurt niet lang dan zit ik in de Chablisstreek. Hier zie je de druiven groeien en in de dorpen zijn winkeltjes waar je flessen wijn kan kopen voor meer geld dan in Nederland, maar dan heb je het wel zelf meegebracht. Het gaat aan mij voorbij.
In Ervyle-Châtel is het hotel dat in het boekje staat inmiddels geen hotel meer. De eigenaar weet wel goed uit te duiden, waar de chambre d’hôte van mevrouw Dickie is. Dickie is niet thuis, maar een mevrouw schuin tegenover in de straat, zegt dat ze mij al vast naar de chambre (kamer) mag brengen. De tuin heeft een wijds uitzicht. De zus van mevrouw Dickie komt even later naar me toe. Ze zorgt alvast voor handdoeken, opdat ik kan douchen. Later belt mevrouw Dickie dat ze over een uur thuis zal zijn. Ik ga alvast eten in het stadje. Veel panden zijn gesloten en staan leeg. Ik ga eten bij Bar-restaurant Franco-Belge, dat vroeger ook een hotel was. Het woord hotel staat nog op de gevel.
(15) Buien
S
Donderdag 12 mei 2011
La France 2011, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 15 van Saint Révérien naar Mailly-le-Château, 75 km. Tot en met vandaag 1.058 km
Het heeft geregend afgelopen nacht. Ook denk ik wat onweer gehoord te hebben. Mijn fiets is gepakt. Even vóór 8:00 uur komt de beheerder van de pelgrimsgîte aanrijden met zijn zwarte auto. Hij woont 200 meter van de gîte. Het gaat inmiddels weer hard regenen. Ik denk ‘Ik maak nog een kop oploskoffie′. Op mijn vraag of hij ook koffie wilt, antwoordt hij: ‘Nee’. Als ik mijn eigen koffie gemaakt heb, pakt hij deze van tafel en drinkt ‘m op zijn gemak leeg. We hadden elkaar waarschijnlijk niet goed begrepen. Ik laat het maar zo. Wat moet je anders.


Een paar km verder schuil ik voor het eerst en wel in de werkplaats van een Renaultgarage. Minder dan een half uur later – het regent weer flink- kom ik langs een barretje waar je koffie en croissants kunt kopen. Hier ga ik opnieuw naar binnen. Er staat een forse tandem met fietstassen voor het pand. Een Belgisch stel zit hier al aan de koffie. De mevrouw zit wat dwars op haar stoel. Ze heeft last van zadelpijn. Ik hoor van hen dat zo gemiddeld 130 km (!) per dag fietsen. Ze hebben haast om op een bepaalde dag een vliegtuig in Santiago te halen. In Corbigny schuil ik weer voor een bui. Ik zit daar al weer aan de koffie. Een oom uit Limburg en zijn neef aan Amsterdam komen even na mij ook de zaak binnen. Ze zijn ook onderweg naar Santiago.
Als ik in Vézelay aankom is het al weer even droog. Het is warempel weer zonnig. Mijn lunch eet ik samen met een Duits stel dat in de buurt van Frankfurt aan de Main woont. Ze fietsen aan de hand van een autokaart. Ideaal vinden ze het niet. Ze zijn onderweg naar Santiago.

In Vézelay kwamen pelgrims op weg naar Santiago uit vele streken aan om samen verder te trekken over de Via Lemovensis, één van de vier hoofdroutes door Frankrijk.
Later fiets ik langs het Canal du Niverais. Het is hier aardig vlak fietsen. In Mailly-le-Château kom ik uit bij hotel-restaurant The Castle. De Duitsers die ik vanmiddag ontmoette hadden hier afgelopen avond en nacht gegeten en geslapen en waren erg tevreden. Ik ben benieuwd.
(14) S
S
Woensdag 11 mei 2011
La France 2011, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 14 van Sancoin naar St. Révérien, 82 km. Tot en met vandaag 983 km
Woensdagmorgen is het markt in Sancoin. Vanouds was hier een veemarkt, een soort Purmerend dus. Marktkooplui bouwen hun kramen op als ik mijn fiets uit de garage van het hotel haal.
Het dorp Apremont-sur-Allier bestaat uit een verzameling gerestaureerde middeleeuwse woningen. Het doet een beetje aan de Zaanse Schans denken. Daar zijn de woningen minder oud en van hout. Voorbij het dorp is een niet meer in gebruik zijnde keersluis van het Canal Latérale de la Loire.
In een voorstadje van Nevers draait een Franse automobilist zijn raampje open. Hij zegt: ′Hier tegenover verkopen ze uitstekende kazen′. Omdat ik nog kaas wil kopen vandaag, ga ik in de rij staan bij de rijdende kaaswinkel. Er wordt hier aardig wat aangeschaft vooral natte witte kazen in meegenomen plastic bakken. Ik neem een mij onbekend soort kaas en stop dit in mijn rechter-voortas.
Nevers is een mooie stad. Ik wandel rustig door het centrum en maak wat foto’s. Op een terrasje neem ik een cola.


Ik ben weer terug op de doorgaande weg. Op een bosweg kruipt een slang van zeker 1 meter lang als een steeds veranderende S over de weg. Als ik mijn camera heb opgezocht is de slang verdwenen. Ook in de graskant zie ik hem niet meer.
In Saint Révérien bezoek ik het gemeentehuis om te kijken wie de sleutel heeft van de gemeentelijke refugio. Na wat navragen kom ik bij de beheerder uit. Hij zegt: De deur is al open. Ik kom zo wel even langs. Er is plaats voor twee personen, er is een zit-tafeltje met stoelen, een keuken met etenswaren, flessen wijn en een koelkast met frisdranken. Tegen geringe betaling kunnen deze zaken benut worden. Ik heb nog niet gegeten. Daarom bereid ik mezelf een maaltijd met de aanwezige zaken.

Vandaag zal en sprak ik weer diverse Nederlandse fietspelgrims. Ook maakte ik een praatje met een Belg op de fiets die een poging doet om alle bijzondere dorpen van de verschillende Franse departementen te bezoeken. Hij heeft hiervoor een formulier vanuit Parijs en moet stempels respectievelijk foto’s van plaatsnaamborden verzamelen om te kunnen bewijzen dat hij overal geweest is. Toen ik ergens onderweg aan de thee zat had ik een gesprekje met een Franse wandelpelgrim. Hij was al helemaal drie dagen onderweg en heeft nog drie maanden te wandelen.
(13) Water
S
Dinsdag 10 mei 2011
La France 2011, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 13 van La Châtre naar Sancoin, 98 km. Tot en met vandaag 901 km
Het was afgelopen nacht niet erg druk in de jeugdherberg, Er zijn twee Nederlandse wandelpelgrims van 65 jaar. Ze lopen al een aantal dagen samen op. Verder is een vrouw van 73, Miep, te voet onderweg naar Santiago. Ook is er nog een Italiaanse jonge vrouw, die gaat al voor half acht op weg met haar rugzak om. Rond die tijd gaan wij met z′n vieren ontbijten.
De weg verder naar het noorden wordt nu in elk geval tot Nevers minder heuvelachtig. Het dorpje Les Arches is bekend om zijn pottenbakkerijen. Je ziet er nog weinig toeristen. Dus zal de omzet ook minimaal zijn voor de pottenbakkers.


Een vrouw uit Zutphen is onderweg met een fiets met aanhangertje naar Santiago. Ze heeft in de aanhanger onder meer haar kampeerspullen. Van haar man kreeg ze vlak voor haar vertrek een nieuwe fiets cadeau. Haar oude bleek een scheurtje in het frame te hebben. Dat was niet gezien bij de grote onderhoudsbeurt bij haar fietsenmaker.
Twee mannen zijn per fiets onderweg naar Lourdes. Met deze Mariapelgrims maak ik ook een praatje. In Charenton-du-Cher lopen vier á vijf jonge Nederlandse en Vlaamse gasten. Die zijn op zoek naar een goedkope slaapplaats. Ik geef ze een naam en adres uit mijn boekje.

Het laatste stukje naar Sancoins is vrij saai. Als ik dat stadje binnenrijd zie ik gelijk Hotel du Commerce. Dit hotel wordt in het boek genoemd. Het is een oud hotel en het kraakt op de gangen. Op de kamer staat een asbak.
(12) Bietsen
S
Maandag 9 mei 2011
La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 12 van St. Germain-Beaupré naar La Châtre, 68 km. Tot en met vandaag 803 km
Bij het ontbijt in het huis van de eigenares van de accommodatie naast de kerk praat deze dame honderd uit en probeert de hond eten van ons te bietsen. Van mij krijgt hij niks.
Rond half tien kom ik wandelpelgrim Thomas uit Gent tegen. Deze jongeman heeft een sabbatical (onbetaald verlof) opgenomen bij zijn werkgever. Hij is onderweg naar Santiago. Daar wil hij een rijwiel kopen om verder op deze fiets naar Slovenië te rijden. Een aantal dagen geleden liep hij samen op met Marcel (zie verhaal van gisteren). Marcel koos voor een andere, kortere variant van de route.
Ik zie vandaag meerdere langeafstand-fietsers, o.a. twee mannen uit Hoogeveen. Bij La Souterraine maken ze een overstap naar de route via Dax. Ze gaan onderweg een kennis opzoeken die daar woont. Ze rijden op racefietsen en slapen op campings. Ze rijden per dag zo’n 120 km, tot op heden volgens een vast schema.


In Cluis wenkt een Marokkaanse groenteman me als ik wat rondkijk in het centrum. Hij wijst naar zijn buren, een café met een terrasje in de schaduw. Hij zegt ‘Amsterdam-Rotterdam’. Veel van zijn kennissen wonen daar, zegt hij. Van hier is het nog ruim 20 km naar La Châtre. Het is nu tijd voor een ruime theepauze.

Om half zes ben ik bij de jeugdherberg van La Châtre. Na het inschrijven zet ik mijn fiets in de fietsgarage die vanavond op slot zal gaan. Voor de zekerheid zet ik hem ook met een kabelslot aan een hekwerk.
’s Avonds eet ik in de stad een hartige pannenkoek-compleet (met kaas, ham en champignons).
(11) Overstekend wild
Zondag 8 mei 2011
La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 11 van Pont-de-Dognon naar St. Germain-Beaupré, 74 km. Tot en met vandaag 735 km
Tien meter voor mij steken drie reeën de weg over. Een half uur ben ik nu onderweg vanuit het dal. Het hotel ligt aan een meer. In de dorpen onderweg zijn vandaag geen cafés open. Ik had er al een beetje rekening mee gehouden.
Een stuk verder komen twee Nederlandse fietsers me tegemoet. Ze komen uit Noord-Limburg en zijn ruim een week geleden vertrokken vanuit Maastricht. Ze zijn niet onderweg naar Santiago maar gebruiken wel het boek ′Langs oude wegen′, wat ik ook gebruik voor mijn route.


Regelmatig steken er mestkevers over. Ook rijd ik er weleens een per abuis of expres dood. Mijn moeder zou dat nooit gedaan hebben. Die haalde spinnen voorzichtig uit huis en zette ze in de tuin.
Omdat het vandaag zondag is, heb ik vanmorgen geen stokbrood gekocht maar wil ik lunchen in een restaurantje onderweg. Bénévent-la-Abbaye lijkt me een mooie dorpje daarvoor.
Op het pleintje bij de kerk en de plaatselijke refugio staat Jos uit Weert met zijn fiets. Hij heeft vandaag al 80 km gefietst en heeft al vijf dagen geen Nederlands meer gesproken. Bij de plaatselijke Salon de Thé, het enige horecabedrijf dat open is neem ik een lunch en Jos een cola. Het is goed uit te houden op het terrasje onder een parasol. Er worden nog even foto′s genomen bij het schelpmotief in de weg. De beheerder van de pelgrimsherberg hier adviseert mij om een slaapplaats te nemen in St. Germain-Beaupré, Hij wil wel even bellen. Ze hebben daar plek voor een pelgrim met fiets en met de voornaam ′Dick′.

Ik fiets het erf over van een boerderij. Er steken wat kippen en kuikens over. Bijna rijd ik er een plat. Gelukkig loopt het goed over voor het jonge pluimvee.
La Souterraine is een mooie stad maar uitgestorven op deze zonnige zondagmiddag. St. Germain ligt 10 km noordelijker. Daar zijn in het pelgrimsonderkomen een Belg, Marcel, en een Fransman August, beide wandelend onderweg naar Santiago. Met zijn drieën nemen we eerst een biertje en daarna ons avondmaal in het minirestaurant tegenover de pelgrimsgîte.
(10) La Poste
S
Zaterdag 7 mei 2011
La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 10 van Uzerche naar Pont-du-Dognon 79 km. Tot en met vandaag 661 km
Als ik mijn dagelijkse boodschappen heb gedaan, rijd ik terug weer langs het hotel. De meneer van het hotel die gisteravond mijn avondeten opdiende kijkt bij de deur naar buiten. Ik steek m’n hand op. Hij groet terug.
Vanmorgen zie ik ze weer, zoals de meeste dagen, van die kleine gele bestelauto’s van de Franse posterijen. Ze rijden van boerderij naar boerderij om de post te bezorgen. Ook zie ik vanmorgen een rijdende bakker. Die zag ik de afgelopen dagen nog niet.


‘Dat moet een Nederlander zijn, want hij rijdt met een Gazelle fiets’. Een grote Nederlander met een Ortlieb-stuurtas komt binnen in het café van La Porcherie, waar ik aan de koffie zit. Het is een fietser uit Utrecht onderweg naar Santiago. Wij praten gezellig bij over fietsen e.d. Hij heeft dit jaar een nieuwe fiets, een Santos, aangeschaft. Mooi karretje.
Verder is het vandaag een vrij rustige fietsdag. Het landschap is niet lelijk, maar ook niet uitzonderlijk mooi vergeleken met dat van de laatste dagen.
Vóór St. Léonard-de-Noblat staat op verschillende plekken aangegeven dat de weg is opgebroken en dat het verkeer daarom een andere route moet nemen. Ik weet uit ervaring dat je als fietser er meestal nog wel langs kunt. Maar het blijft een gok. Ik neem die gok. Het blijkt een huis te zijn die op instorten staat. Daar mag geen verkeer meer langs. Ik kan over de stoep aan de andere kant van de weg.

Het is even klimmen om St. Léonard-de-Noblat in te komen. De buitenkant van de stad ziet er vrij lelijk uit, maar het centrum rond de kerk en de winkels oogt wel gezellig. Er lopen hier aardig wat pelgrims rond. Er is ook een pelgrimsgîte.
Ik ga nog een stukje verder. In Châtenet-en-Dognon wil ik een kamer in het plaatselijke hotelletje. Helaas is hij helemaal vol. Een klant van het café vraagt of hij voor mij zal bellen naar het hotel bij het meer van Le-Pont-du-Dognon (*). Daar hebben ze nog wel een plekje voor een pelgrim op de fiets die dringend een plekje zoekt voor de nacht. Vier kilometer verder en tien minuten later kom ik daar. Dat gaat als een speer. Morgen moet ik die vier kilometer weer omhoog, maar dat is morgen pas.
Vanmiddag en vanavond is het daar berendruk, want er is een doopfeest. Het is min of meer apart afgehuurd. Op het terras zit een stel (man + vrouw) dat als wandelpelgrims onderweg is vanuit Vught naar Santiago. Ze zitten aan een biertje en gaan straks een stukje terug naar de camping waar ze eerder langs kwamen. Hij is met prepensioen, FLO, van de Koninklijke Luchtmacht.
Als ik om half acht meld voor het avondeten schrikt de serveerster. Ze gaat naar de kok. Die weet van mijn aanwezigheid. Ik krijg in een hoekje vooraan in het gebouw vlak bij het terras een compleet bord met patat, sla, koude fricandeau en worst. Daarbij krijg ik een kan water en een kannetje rode wijn. Vooraf bestel ik een tapbiertje.
Na het eten maak ik een wandeling naar de camping, die officieel nog dicht is, en zie dat de Brabanders daar hun stekkie inmiddels hebben. Er zijn nog meer gasten die daar een tentje hebben neergezet. Zij tweeën gaan in het washok slapen dan hoeven ze morgen geen natte tent mee te nemen. Ze zeggen tegen mij: ‘Niet verder vertellen hoor.’ Bij deze doe ik dat niet.
(*) Association rurale pour adultes inadaptés, Hotel Restaurant Domaine La Fontaine, La Pont du Dognon, 87240 Saint-Laurent-les-Eglises.
(9) Oudjes
S
Vrijdag 6 mei 2011
France 2011, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 9 van Brive-la-Gaillarde naar Uzerche 61 km. Tot en met vandaag 582 km
Als de Australiër met zijn vrouw de ontbijtzaal binnenkomt zegt ie tegen mij: ′good morning Nederlander′. De vrouw zegt: ′What is Nederlander?′ Ik zeg: ′Flying Dutchman′. De man zegt: ′No, the biking Dutchman′. Hij vraagt of er ook fietspaden langs de wegen lopen. Ik leg uit dat ik over boerenwegen ga. Hij zegt dat ik dan uit moet kijken voor tractoren. ′Ja en koeien′ zeg ik.
In Brive doe ik nog even de binnenstad aan. In het midden van het centrum staat de St. Martinkerk. De kerk is omgeven door gezellige terrassen. Menig Brivenaar doet hier al zijn eerste bakkie. Ik heb net koffie op bij het goede ontbijt in de JH. Daarom koop ik alleen brood voor de lunch bij de luxe ambachtelijke bakkerij tegenover de kerk.


Vanmorgen kom ik weer enkele langeafstandsfietsers tegen. Gisteren zag ik voor het eerst van die randonneurs. Voor zover ik kan nagaan zitten hier geen Nederlanders tussen. Die komen waarschijnlijk later.
In Donzenac zit de eerste klant om 10.30 uur al aan een pot bier in het plaatselijk café. De kroegbaas heeft zijn kunstgebit niet in en ziet er daarom waarschijnlijk nog ouder uit dan hij is. Hij sloft door het café als hij mij mijn koffie op het terras brengt.
Onderweg in een gehucht dat geen naam mag hebben maar er wel een heeft heb ik een gesprekje met een oud stel, hij is 83 en zij 81. We hebben het over het weer. Ik ben blij dat er zon is en dat het droog is. Hij wil liever regen, want dat is goed voor de groente op het land.
In Lagraulière is een groot plein bij het stadhuis. Alle banken staan hier in de zon. In een hoekje van het plein is een 12e-eeuwse kerk. Daar is een oude bank in de schaduw. Daar gebruik ik m’n lunch. Hier is ook een waterpunt om mijn fles bij te vullen.

In Uzerche vraag ik bij de VVV of hier ergens een fietsenreparateur is. Het balhoofd van mijn stuur zit wat los en maakt zo nu en dan bonkgeluiden. Dat kan niet goed zijn. De mevrouw van de VVV verwijst me naar een leverancier van kleine landbouwmachines die daarbij ook iets in fietsen doet.
De technische man zoekt een oude sleutel op en draait mijn stuur aan. Het is zo gepiept en het is gratis. Omdat het morgen en overmorgen weekend is, vond ik het me toch wel een lief ding dat m’n fiets weer in orde is.
Het is half vier in de middag, dit is een mooie stad en de volgende plaats is ruim 30 km verder en dat is maar een dorpje. Daarom blijf ik hier hangen. Een hotel (*) is gauw gevonden.
De ‘Vieille Ville’ (oude stad) ligt tegen de rotswand aan hoog boven de rivier. Na de Slag bij Poitiers is deze stad zeven jaar belegerd geweest maar niet ingenomen. Ook niet tijdens de 100-jarige oorlog. Na de stichting van een Benedictijnerabdij in 977 kwam het stadje tot ontwikkeling.
—-
(*) Hotel Ambroise, 34 Avenue Géneral de Gaulle, Urzerche.