Home » Posts tagged 'fietsen'

Tagarchief: fietsen

Fietsseizoen is begonnen

 

Zondag 4 maart 2012

Het is vroeg licht. Je hoeft niet in je bed te blijven liggen omdat het nog donker is. Pluk de dag. Voor de meteorologen begint de lente in maart. Voor mij begint het fietsseizoen in maart. Van de zomer wil ik weer een aantal lange fietstochten maken. Ik heb er zin in.

Haarlemmermeer

De zon komt op boven het Kaageiland

Genieten van fietsen en het is ook nog voor mij goed voor de rug. Vanmorgen doe ik weer mijn klassieke rondje Buitenkaag, Oud-Ade, Leiden. Bij Warmond zie ik een aankondiging hangen met het verzoek op te letten voor de paddentrek. Ook dat seizoen is begonnen. Padden trekken in maart vanuit hun winterverblijven naar de sloten om zich voort te planten. Ik zie vanmorgen nog geen padden oversteken.

Gold Line

Nieuwe Gazelle Gold Line Marco Polo

Gisteren heb ik een nieuwe fiets besteld. Het is een Gazelle Gold Line Marco Polo, een prima trekkingfiets. Nu nog drie weken wachten totdat hij geleverd wordt.

[0] Berlijn

Fietsen van Berlijn naar Nederland met broer Bert

Zondag 3 juli 2011. Van Berlijn CS naar Berlijn Spandau, 18 km.

In de trein van Schiphol naar Berlijn komen we een mevrouw uit Barendrecht tegen net als wij vanaf Berlijn terug gaat fietsen naar Nederland. Zij doet het in haar eentje. Ze blijft twee dagen in Berlijn en doet er dan drie weken over om naar Barendregt te fietsen. Met zijn drieën, de mevrouw, Bert en ik,  gaan koffie drinken in de treinbistro helemaal aan de andere kant van de extreem lange trein. De Barendrechtse vertelt over haar wandelingen en fietstochten.


Ook spreken we met een stel uit Amsterdam. Hij is 77 jaar en de vrouw iets jonger. Ze gaan een rondreis met de fiets maken vanuit Zuid-Duitsland. Ze blijven twee maanden onderweg en overnachten in een tentje op campings. De vrouw vertelt mij dat zij en haar man al vele landen van de wereld gezien hebben. Mijn man spreek diverse talen vloeiend en ik spreek geen vreemde talen. Ze  vertellen over een ongeluk onderweg toen ze naar Santiago waren fietsen. De man werd aangereden door een motorfietser, die nota bene doorreed. Hij kwam in hachelijke toestand op de intens care in een ziekenhuis in Frankrijk terecht. Na een week werd hij met een ambulance overbracht naar het OLVG. Het jaar erop gingen ze weer onderweg naar Santiago en wel heen en terug. Toen ze enige dagen op de terugweg waren werden ze gebeld met de mededeling dat hun schoonzoon een opgenomen was in het ziekenhuis. Hij bleek een gescheurde aorta te hebben. Deze man was vroeger profvoetballer en op dat moment trainer bij Ajax. Omdat Ajax speciale afspraken heeft met een Amsterdams ziekenhuis werd hij heel snel geholpen en overleefde het. Het Amsterdamse stel werd met een busje gerepatrieerd naar Nederland.

001 Trein 3-7 S
In Berlijn stappen we uit de trein op de onderste etage van het centraal station (Hauptbahnhof). We groeten de mevrouw uit Barendrecht; zij boekte een kamer in Berlijn Mitte. Het regent in Berlijn. We gaan op weg naar het hotel in Berlijn Spandau dat wij vooraf via internet boekte. We komen langs de Bondsdag en het Olympisch stadion. We moeten onderweg een aantal keren de weg vragen. Om half zeven zijn we bij ons hotel. Omdat het hotel nogal ver weg ligt van het openbaar vervoer en het te slecht weer is om weer terug te fietsen naar het centrum zien we af van het voorgenomen avondbezoek aan de binnenstad van de hoofdstad van Duitsland.

[20] WW 1

S

Dinsdag 17 mei 2011

La France 2011, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 20 van Varennes-en-Argonne naar Montmédy, 64 km. Tot en met vandaag 1.424  km.

Gisterenavond was er in het ‘gesloten’ hotel een goede maaltijd voor ons georganiseerd door de leiding van het hotel. Het was gezellig met Ineke en Ron. Meer gasten dan wij drieën waren er niet.

Het hotel van Varennes heeft geen sterren maar wel een zekere ouderwetse allure. De eigenaresse van het hotel verzamelt antieke poppen. In het restaurant staat een vitrine vol van die dingen. Op mijn kamer staat ook een exemplaar.

Theo uit Gemert komt vanaf de andere kant aanfietsen. Hij volgt de route van ‘Langs oude wegen’. In Orleon of Lourdes stapt hij over op de Karpatenroute naar de Middellandse Zee om vandaar de Groene weg terug naar Nederland te nemen. Eerder ging hij al op de fiets naar Santiago en ook een keer naar Rome heen en terug. Je hebt sportieve mensen en erg sportieve types. Hij zegt tegen mij: ‘Je kent Gemert toch wel?’ Ik zeg ‘Ja, ik deed daar ooit mee aan een hardloopfestijn voor gemeenteambtenaren. Theo zegt dat hij in 1993 in de organisatie van dat gebeuren zat. Ik vergat te zeggen dat het volgend jaar in Heemskerk wordt gehouden. Maar dat zal hij wel weten.

Vanaf een afstand zie ik Martien aankomen. Ineke en Ron hadden me verteld dat ze onderweg was vanuit Dun. Ze is te herkennen aan haar signaaljack. Martine komt uit Leiderdorp en gaat naar Santiago. Ze kampeert zoveel mogelijk. In Dun ging ze naar een B&B. Ze kon daar haar was laten doen. Ze wil haar tent vanavond opzetten bij een boer. Ze gaat namelijk een gebied zonder voorzieningen tegemoet.

Hier waar ik vandaag fiets zijn verschillende begraafplaatsen van oorlogsslachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog. In Argonne sneuvelden in zes weken 16.000 soldaten. Ik kan me niet voorstellen dat zoiets zinvol geweld was.

In Dun-sur-Meuse neem ik een middagbreak in een eenvoudig café waarin alleen plaatselijke mannen komen. Eén man staat buiten op het terras tussen het lokaal en de Maas te roken. Het is hier absoluut verboden te roken. Op een sticker tegen roken op de deur staat een gasmasker getekend.

Voorbij Dun gaat de route over rustige wegen langs en door mooie dorpjes, langs kleinschalige akkers en door jonggroene bossen. In Murvaux en omgeving heeft de mobiele telefoon geen bereik.

De route in het boekje gaat om de stad Montmédy heen. Ik moet even zoeken om de goede weg voor fietsers naar de stad te vinden. Ik kom halverwege de puist naar de citadel terecht en mag nog even omlaag rijden. Hier was ik vorig jaar zomer ook. Veel dingen komen me bekend voor. Ik kampeerde toen boven bij de Citadel. Montmédy centrum is geen mooie stad ondanks de mooie verhaaltjes in het boekje. Er zijn twee hoofdstraten beide met eenrichtingsverkeer en twee niet spannende pleinen. Het mooie zit in het gezicht daar naar boven naar de citadel en die kerk erbij. ’s Avonds als ik ga eten zie ik een minivliegtuigje, een brommertje met vleugels, in de lucht.

Morgen staan België en de Ardennen op het programma. Ik ben benieuwd. Er worden draconische verhalen over verteld door de collega-fietsers die onderweg zijn naar het zuiden.

Ik slaap in Hotel Le Mady aan het Place Raymond Poincare.  Rond half negen staat er een Morasnackwagen vlak bij de CA-bank aan het plein. Deze soort Rabobank staat naast het hotel. Ze verkopen hier zelfs Nederlandse loempia’s en frikandellen. Gelukkig heb ik al gegeten als ik de rijdende eettent zie.

[19] Hans

S

Maandag 16 mei 2011

La France 2011, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 19 van Châlon-en-Champagne naar Varennes-en-Argonne, 73 km. Tot en met vandaag 1.360 km

Bij wijze van uitzondering neem ik geen ontbijt in het hotel. Bij een bakker hartje stad vlak bij het stadhuis kan je koffie met een soort ontbijt bestellen en dan nuttigen op een barkruk aan een hoge tafel voor de zaak. Heerlijke koffie.

Buiten de stad kruist de route al snel de ringweg van Châlon. Het is weer veel graan wat de klok slaat. Later gaat mijn weg over de Autoroute de L’ Est heen. Je merkt bijna niets van de grote wegen. Er is veel stilte, behalve als er een Mirage overvliegt. Dat gebeurt zo nu en dan.

Zo nu en dan rijdt er een boer voorbij of iemand in een personenwagen. Een maaimachine maait de graskant. Ik zwaai en de chauffeur zwaait terug. Hij is blij dat hij deze nieuwe week weer werk heeft. Er achter rijdt een wagen van de wegbeheerder met een waarschuwingsbord erop. Ik steek ook voor hem m’n hand op. Hij kijkt stuurs en doet of hij mij niet ziet. Deze man met een vaste baan vindt het waarschijnlijk vervelend dat het weer maandag is en hij weer moet werken.

Een stel uit Naaldwijk rijdt me tegemoet. Ze zijn onderweg naar Santiago. Vorig jaar deden ze dit ook en wel via de westelijke route. De man zegt tegen mij, dat er wel erg weinig cafeetjes onderweg zijn. Ik maak me geen illusies. Zowel het café als het winkeltje in Somme-Tourbe zijn twee jaar geleden gesloten, hoor ik van een inwoner daar als ik ernaar vraag.

In Hans gebruik ik mijn lunch op een bankje bij de plaatselijke jeu de boule-baan. Volgens het routeboekje gaan de sporen van dit dorp terug naar de Gallo-Romeinse tijd. Ik zie ze niet. Het is gewoon een klein Frans dorp met een bijzondere naam.

Het landschap verandert. De akkers verdwijnen stilaan. Zo nu en dan hupt een kolibri voor me uit op en over de weg. Er voor in de plaats rijd ik nu tussen bossen. Na een rustige klim van 5 % en een dito afdaling kom ik in Varennes-en-Argonne aan.

Het is nog even de vraag of het hotel vandaag gesloten is dan wel open. Bij de deur staat aangegeven, dat het hotel op maandag gesloten is. Een Nederlands stel dat inmiddels ook voor de deur staat heeft van de man in het café aan de andere kant van de weg, gehoord dat het hotel gewoon op maandag open is, maar dat het restaurant dan dicht is. Na diverse keren aanbellen en opbellen meldt de mevrouw van het hotel zich. Van de Nederlandse vrouw hoor ik dat de chambres d’hote 18 km verderop volgeboekt is. Ik ben blij dat ik die gok niet gewaagd heb. Daar in de buurt zijn weinig voorzieningen.

[18] Kleine Jan

S

Zondag 15 mei 2011

La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost, dag 18 van Charmont-sous-Barbouze naar Châlons-en-Champagne, 90 km. Tot en met vandaag 1.287 km

Afgelopen nacht sliep ik niet alleen onder een laken en een deken maar ook onder het dikke sier-sprei in de chambre d’hote. Het zou een koude nacht worden. Zoals gewoonlijk heb ik weer prima geslapen. De kruidenierswarenwinkel in het dorp was gisteren ‘wegens omstandigheden’ gesloten. De bakker was wel open. Ze verkochten gisteren hier heerlijke belegde broodjes. Ik vroeg nog of ze ook op zondag open zouden zijn. Het antwoord was: ‘ja’.

Helaas verkopen ze op zondag geen belegde broodjes. Dat was gisteren niet verteld. Nu dan maar chocoladebroodjes e.d. om mee te nemen voor vandaag. Ook op deze dag is het weer fris. Daarom heb ik een jack aan plus wielrenhandschoenen. Voorbij Dosnom krijg ik een bui over me heen. Voor ik de regenkleding heb aangetrokken, ben ik al aardig nat. Ik besluit terug te gaan naar Dosnom om daar te schuilen. Ik ben daar erg snel want ik daal nu weer af het dorp in. Ik schuil daar zo’n twintig minuten. De bui houdt langzaam op.

Er staan twee horecazaken aangegeven in dit rustige gebied in het boekwerkje. Bij de eerste in Soudé-Ste-Croix verkopen ze niet alleen koffie en frisdranken, maar ook patat. Er is één probleem; de zaak is vandaag gesloten. Chez Jeannot (in het Nederlands Bij Jantje) in Dommartin-Lettrée is open. Ik vraag om koffie. ‘Dat werkt niet meer’, zegt de stokoude baas. Ik weet niet of hij het koffieapparaat bedoelt of dat hij het zelf niet meer aankan. ‘Je kunt bij mij wel cola en wijn bestellen’ zegt hij. Ik neem een cola en krijg een blikje van een onbekend merk zonder glas. Kleine Jan brabbelt wat over Belgische en Nederlandse Santiagogangers die bij hem langskomen. Hij vraagt daarna wat mijn beroep is. Zo’n vraag had ik niet verwacht. Ik antwoord na enige aarzeling: éxpert comptable. Hij maakt waarschijnlijk een lijst van beroepen van zijn buitenlandse bezoekers. Ik zie het al voor me: onderwijzer, gemeenteambtenaar, tuinder, enz.

Op mijn verzoek vult hij mijn waterfles in zijn privéruimte. Ik zie vanuit het café dat hij de volle anderhalve literfles bijna niet kan tillen. Ik loop zijn privédomein binnen en pak de fles aan. Hij kijkt zichtbaar blij.

Châlon-en-Champagne is vandaag in de ban van de 8e Boucles de Marne 2011, een regionale wielerwedstrijd. ik moet een stuk over het trottoir lopen, omdat de weg is afgezet voor de wielrenners. Voor de coureurs uit gaat en bescheiden reclameoptocht. Ik kom in het bezit van een forse ijskrabber, een nieuwe keycord en een t-shirt van een ziekenfonds/zorgverzekeraar.

In Châlon wil ik naar de jeugdherberg. De jeugdherberg is inmiddels gesloten hoor ik van een man die in de straat waar de JH had moeten zijn net zijn auto parkeert. Via de VVV kom ik bij een hotel in het oude centrum terecht aan de Place de la Republic.

Châlons-en-Champange is een mooie stad, maar als ik het centrum rond 19 uur doorwandel is ineens alles min of meer uitgestorven. Een bedelaar in een regencape vraagt om wat geld. Verderop zie ik hem later bij een Döner-Kebab-zaakje in de rij staan. Hij heeft zijn avondmaal bij elkaar gebedeld.

Mijn avondmaal doe ik bij La Bourse. Geen aanrader. Het ziet er op het eerste gezicht leuk uit, maar is het NET niet. De service en de klantvriendelijkheid laten te wensen over. Mijn stemming is hierdoor niet verpest. Ik verwacht morgen beter weer dan vandaag.

Van Joke krijg ik een sms met de mededeling dat Ajax kampioen van Nederland is geworden. Roel is naar het Leidseplein om het mee te vieren. Joke, Roel en Bas gefeliciteerd hiermee!!!

 

[17] Smalle Seine

S

Zaterdag 14 mei 2011

La France, fietsen dwars  door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 17 van Ervy-le-Châtel via Troyes naar Charmont-sous-Barbuise, 60 km. Tot en met vandaag 1.196 km

’s Morgens kom ik langs het hotel dat geen hotel meer is. De eigenaar zet zijn terrasstoelen en tafels buiten op de stoep. Ik groet hem vriendelijk. Gisterenavond at ik daar prima voor weinig geld. Ik was die avond de enige eter. De andere klanten dronken wijn of bier.

Na een kilometer trek ik de lange broek aan en ook handschoenen. Het is een beetje fris en bewolkt. Later gaat het regenen. Geen bui, maar een druilerige regen. Ik schuil even in een bushokje. Als ik in mijn routeboek zie dat er een halve km verder een café is, stap ik op. Het café is er en nog open ook. Alles heel basic, alles inclusief het hurktoilet. Het valt me op dat in Franse cafés dikwijls krasloten en andere loten worden verkocht. Daar verdienen ze waarschijnlijk nog wat mee bij.

In Troyes, de hoofdstad van de Champagne, is een gotische kathedraal van St. Pierre-et-Paul. Een wat verlopen man drinkt bier uit een blikje bij de ingang en spreekt een ieder luidruchtig aan.

Het Hôpital Dieu heeft hekken bewerkt met bladgoud. Er is een sfeervol centrum met veel koopmanshuizen in de houten vakwerkstijl. Er zijn smalle en iets bredere straten. In de Tweede Wereldoorlog is een flink deel verwoest maar sindsdien weer in oude stijl opgebouwd.

Ik ben het centrum al weer even uit als ik op een bord aan een brug zie dat hier de Seine wordt gepasseerd. Ik kan je vertellen: deze beroemde rivier is hier maar een lullig riviertje.

Het gebied tussen Troyes en Châlons voert door een akkerbouwstreek met kleine dorpjes en af en toe een grote graansilo. Er zijn weinig of geen voorzieningen. Omdat ik morgen aan het eind van de middag  in Châlons-en Champagne wil aankomen en dit ongeveer 100 km is vanaf Troyes, kies ik er voor om in Charmont-sur-Barbuise te overnachten. Tegen mijn gewoonte in bel ik het chambres-d’hote-adres vanuit Troyes. Ze hebben plek voor me.

 

 

(13) Water

S

Dinsdag 10 mei 2011

La France 2011, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 13 van La Châtre naar Sancoin, 98 km. Tot en met vandaag 901 km

Het was afgelopen nacht niet erg druk in de jeugdherberg, Er zijn twee Nederlandse wandelpelgrims van 65 jaar. Ze lopen al een aantal dagen samen op. Verder is een vrouw van 73, Miep, te voet onderweg naar Santiago. Ook is er nog een Italiaanse jonge vrouw, die gaat al voor half acht op weg met haar rugzak om. Rond die tijd gaan wij met z′n vieren ontbijten.

De weg verder naar het noorden wordt nu in elk geval tot Nevers minder heuvelachtig. Het dorpje Les Arches is bekend om zijn pottenbakkerijen. Je ziet er nog weinig toeristen. Dus zal de omzet ook minimaal zijn voor de pottenbakkers.

Een vrouw uit Zutphen is onderweg met een fiets met aanhangertje naar Santiago. Ze heeft in de aanhanger onder meer haar kampeerspullen. Van haar man kreeg ze vlak voor haar vertrek een nieuwe fiets cadeau. Haar oude bleek een scheurtje in het frame te hebben. Dat was niet gezien bij de grote onderhoudsbeurt bij haar fietsenmaker.

Twee mannen zijn per fiets onderweg naar Lourdes. Met deze Mariapelgrims maak ik ook een praatje. In Charenton-du-Cher lopen vier á vijf jonge Nederlandse en Vlaamse gasten. Die zijn op zoek naar een goedkope slaapplaats. Ik geef ze een naam en adres uit mijn boekje.

Het laatste stukje naar Sancoins is vrij saai. Als ik dat stadje binnenrijd zie ik gelijk Hotel du Commerce. Dit hotel wordt in boek genoemd. Het is een oud hotel en het kraakt op de gangen. Op de kamer staat een asbak.

(12) Bietsen

S

Maandag 9 mei 2011

La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 12 van St. Germain-Beaupré naar La Châtre, 68 km. Tot en met vandaag 803 km

Bij het ontbijt in het huis van de eigenares van de accommodatie naast de kerk praat deze dame honderd uit en probeert de hond eten van ons te bietsen. Van mij krijgt hij niks.

Rond half tien kom ik wandelpelgrim Thomas uit Gent tegen. Deze jongeman heeft een sabbatical (onbetaald verlof) opgenomen bij zijn werkgever. Hij is onderweg naar Santiago. Daar wil hij een rijwiel kopen om op deze fiets naar Slovenië te rijden. Een aantal dagen geleden liep hij samen op met Marcel (zie verhaal van gisteren). Marcel koos voor een andere kortere variant van de route.

Ik zie vandaag meerdere langeafstand-fietsers, o.a. twee mannen uit Hoogeveen. Bij La Souterraine maken ze een overstap naar de route via Dax. Ze gaan onderweg een kennis opzoeken die daar woont. Ze rijden op racefietsen en slapen op campings. Ze rijden per dag zo’n 120 km, tot op heden volgens een vast schema.

In Cluis wenkt een Marokkaanse groenteman me als ik wat rondkijk in het centrum. Hij wijst naar zijn buren, een café met een terrasje in de schaduw. Hij zegt ‘Amsterdam-Rotterdam’. Veel van zijn kennissen wonen daar, zegt hij. Van hier is het nog ruim 20 km naar La Châtre. Het is nu tijd voor een ruime theepauze.

Om half zes ben ik bij de jeugdherberg van La Châtre. Na het inschrijven zet ik mijn fiets in de fietsgarage die vanavond op slot zal gaan. Voor de zekerheid zet ik hem ook met een kabelslot aan een hekwerk.

’s Avonds eet ik in de stad een hartige pannenkoek compleet (met kaas, ham en champignons).

(11) Overstekend wild

S

Zondag 8 mei 2011

La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 11 van Pont-de-Dognon naar St. Germain-Beaupré, 74 km. Tot en met vandaag 735 km

Tien meter voor mij steken drie reeën de weg over. Een half uur ben ik nu onderweg vanuit het dal. Het hotel ligt aan een meer. In de dorpen onderweg zijn vandaag geen cafés open. Ik had er al een beetje rekening mee gehouden.

Een stuk verder komen twee Nederlandse fietsers me tegemoet. Ze komen uit Noord-Limburg en zijn ruim een week geleden vertrokken vanuit Maastricht. Ze zijn niet onderweg naar Santiago maar gebruiken wel het boek ′Langs oude wegen′, wat ik ook gebruik voor mijn route.

Regelmatig steken er mestkevers over. Ook rijd ik er wel eens een per abuis of expres dood. Mijn moeder zou dat nooit gedaan hebben. Die haalde spinnen voorzichtig uit huis en zette ze in de tuin.

Omdat het vandaag zondag is heb ik vanmorgen geen stokbrood gekocht mar wil ik lunchen in een restaurantje onderweg. Bénévent-la-Abbaye lijkt me een mooie dorpje daarvoor.

Op het pleintje bij de kerk en de plaatselijke refugio staat Jos uit Weert met zijn fiets. Hij heeft vandaag al 80 km gefietst en heeft al vijf dagen geen Nederlands meer gesproken. Bij de plaatselijke salon de thé, het enige horecabedrijf dat open is neem ik een lunch en Jos een cola. Het is goed uit te houden op het terrasje onder een parasol. Er worden nog even foto′s genomen bij het schelpmotief in de weg. De beheerder van de pelgrimsherberg hier adviseert mij om een slaapplaats te nemen in St. Germain-Beaupré, Hij wil wel even bellen. Ze hebben daar plek voor een pelgrim met fiets en met de voornaam ′Dick′.

Ik fiets het erf over van een boerderij. Er steken wat kippen en kuikens over. Bijna rijd ik er een plat. Gelukkig loopt het goed over voor het jonge pluimvee.

La Souterraine is een mooie stad maar uitgestorven op deze zonnige zondagmiddag. St. Germain ligt 10 km noordelijke. Daar zijn in het pelgrimsonderkomen een Belg, Marcel, en een Fransman, August, beide wandelend onderweg naar Santiago. Met zijn drieën nemen we eerst een biertje en daarna ons avondmaal in het minirestaurant tegenover de pelgrimsgîte.

(10) La Poste

S

Zaterdag 7 mei 2011

La France, fietsen dwars door Frankrijk van zuidwest naar noordoost. Dag 10 van Uzerche naar Pont-du-Dognon 79 km. Tot en met vandaag 661 km

Als ik mijn dagelijkse boodschappen heb gedaan, rijd ik terug weer langs het hotel. De meneer van het hotel die gisteravond mijn avondeten opdiende kijkt bij de deur naar buiten. Ik steek m’n hand op. Hij groet terug.

Vanmorgen zie ik ze weer, zoals de meeste dagen, van die kleine gele bestelauto’s van de Franse posterijen. Ze rijden van boerderij naar boerderij om de post te bezorgen. Ook zie ik vanmorgen een rijdende bakker. Die zag ik de afgelopen dagen nog niet.

‘Dat moet een Nederlander zijn, want hij rijdt met een Gazelle fiets’. Een grote Nederlander met een Ortlieb-stuurtas komt binnen in het café van La Porcherie, waar ik aan de koffie zit. Het is een fietser uit Utrecht onderweg naar Santiago. Wij praten gezellig bij over fietsen e.d. Hij heeft dit jaar een nieuwe fiets, een Santos, aangeschaft. Mooi karretje.

Verder is het vandaag een vrij rustige fietsdag. Het landschap is niet lelijk, maar ook niet uitzonderlijk mooi vergeleken met dat van de laatste dagen.

Vóór St. Léonard-de-Noblat staat op verschillende plekken aangegeven dat de weg is opgebroken en dat het verkeer daarom een andere route moet nemen. Ik weet uit ervaring dat je als fietser er meestal nog wel langs kunt. Maar het blijft een gok. Ik neem die gok. Het blijkt een huis te zijn die op instorten staat. Daar mag geen verkeer meer langs. Ik kan over de stoep aan de andere kant van de weg.

Het is even klimmen om St. Léonard-de-Noblat in te komen. De buitenkant van de stad ziet er vrij lelijk uit, maar het centrum rond de kerk en de winkels oogt wel gezellig. Er lopen hier aardig wat pelgrims rond. Er is ook een pelgrimsgîte.

Ik ga nog een stukje verder. In Châtenet-en-Dognon wil ik een kamer in het plaatselijke hotelletje. Helaas is hij helemaal vol. Een klant van het café vraagt of hij voor mij zal bellen naar het hotel bij het meer van Le-Pont-du-Dognon (*). Daar hebben ze nog wel een plekje voor een pelgrim op de fiets die dringend een plekje zoekt voor de nacht.  Vier kilometer verder en tien minuten later kom ik daar. Dat gaat als een speer. Morgen moet ik die vier kilometer weer omhoog, maar dat is morgen pas.

Vanmiddag en vanavond is het daar berendruk, want er is een doopfeest. Het is min of meer apart afgehuurd. Op het terras zit een stel (man + vrouw) dat als wandelpelgrims onderweg is vanuit Vught naar Santiago. Ze zitten aan een biertje en gaan straks een stukje terug naar de camping waar ze eerder langs kwamen. Hij is met prepensioen, FLO, van de Koninklijke Luchtmacht.

Als ik om half acht meld voor het avondeten schrikt de serveerster. Ze gaat naar de kok. Die weet van mijn aanwezigheid. Ik krijg in een hoekje vooraan in het gebouw vlak bij het terras een compleet bord met patat, sla, koude fricandeau en worst. Daarbij krijg ik een kan water en een kannetje rode wijn. Vooraf bestel ik een tapbiertje.

Na het eten maak ik een wandeling naar de camping, die officieel nog dicht is, en zie dat de Brabanders daar hun stekkie inmiddels hebben. Er zijn nog meer gasten die daar een tentje hebben neergezet. Zij tweeën gaan in het washok slapen dan hoeven ze morgen geen natte tent mee te nemen. Ze zeggen tegen mij: ‘Niet verder vertellen hoor.’ Bij deze doe ik dat niet.

(*) Association rurale pour adultes inadaptés, Hotel Restaurant Domaine La Fontaine, La Pont du  Dognon, 87240 Saint-Laurent-les-Eglises.