Home » 2010 (Pagina 3)
Jaarlijks archief: 2010
(2) Zoutleeuw
S
Dag 2. Op de fiets naar Mâcon, zaterdag 17 juli 2010. Van Diest naar Namen, 96 km. Tot en met vandaag 190 km.

De camping ligt 5 km vanaf de binnenstad van Diest. De Grote Markt is vandaag “opgesierd” met attracties van de kermis. Nu, vóór 9 uur, geeft dat geen drukte bij mijn ontbijtje op een bank bij het stadhuis. Ze hebben hier een heel mooie Begijnhof. Ik laat de fiets buiten de poort staan en kuier door de rustige straatjes. Na dit bezoek ga ik voor een tas koffie naar de Grote Markt terug. Eén restaurant is daar al open.

Vanmorgen is het nog wat bewolkt. zo nu en dan piept de zon erdoor. In Geetbets doe ik boodschappen bij Delhaize. Eerder probeerde ik het in Halen, maar daar is niet veel te halen. Er is daar wel een politiebureau, een jongerencentrum, een sporthal, maar geen supermarkt.

Zoutleeuw ligt als een middeleeuws stadje te midden van het ingeslapen landschap. Om in dit stadje te komen moet ik een kilometer over een weg rijden, waarvan het wegdek is verwijderd in verband met een reconstructie. Het stadje ligt er rond het middaguur somber bij. De straten zijn nat en de vraag is of het verder gaat regenen of dat het blijft bij dat ene kleine buitje.
De storm van het afgelopen weekend heeft hier ook aardig huisgehouden. De rommel is nog niet overal opgeruimd. Voorbij Tienen moet ik op enkele plaatsen een stukje door het bietenland, door een maisveld of door het struikgewas langs het fietspad. In één geval moet ik onder een boom doorkruipen met een fiets die ik bijna plat houd. Het lukt allemaal.
Een flink stuk, van Hoegaarden naar Namen gaat de route voor 95 % over een voormalige spoorbaan.
Onderweg spreek ik verschillende Nederlanders en Vlamingen die en route zijn naar Parijs met een boekje van dezelfde schrijver als van mijn routeboekje. Met een Belgische jonge vrouw rijd ik een stukje op. Zij gaat vrijwilligerswerk doen in een hotel van een Belgisch ziekenfonds ergens in Frankrijk.
In Namen vind ik onderdak in de jeugdherberg. Het is een vijfpersoonskamer. Alle gasten op mijn kamer hebben hun verhaal. Bas uit Utrecht is lopend onderweg van Pieterburen naar Santiago de Compostela.

’s Avonds ga ik te voet naar het centrum van Namen en eet mijn avondhap op het plein voor het stadhuis. Langzamerhand wordt het wat fris zonder jas. Het is nog een half uur wandelen naar de JH, waar ik de weblog kan bijwerken.
4 augustus 2010:
(*) Voetnoot. De sprinkhaan die je in dit bericht op een foto ziet is een “Grote groene sabelsprinkhaan”. Dit leid ik af uit een artikel in het Parool van zaterdag 24 juli 2010 met de titel “Een park vol kleurige immigranten” over de insectenkenner Wijnand Heitmans.
(1) Beringen Mijn
S
Dag 1. Op de fiets naar Mâcon (F). Dag 1, vrijdag 16 juli 2010, van Eindhoven naar Diest (B), 94 km.
De conductrice in de trein vraagt mij of ik ook een fietskaartje heb. ′Helemaal vergeten′, zeg ik eerlijk. ′Zal ik er het volgende station uitstappen om alsnog een kaartje te kopen?′ Ze vraagt of ik naar Eindhoven ga. Als ik dat bevestig, zegt ze dat ik het fietskaartje maar moet laten zitten. Ze blijft ook tot Eindhoven op de trein. ′Koop er maar een kop koffie voor in Eindhoven en denk even aan me′
In Utrecht komt een stel uit Hasselt (Ov) de trein binnen. Ze gaan vanaf Eindhoven Airport met Ryan Air naar Spanje. Hun camping staat in Blanes. Ze hebben geen zin meer om met de auto naar Spanje te rijden. De caravan blijft daar staan. Ze hebben er vier weken vakantie. Vroeger gingen ze via de tolwegen, later via de routes nationales en de laatste jaren vliegen ze. De vrouw, Greet, heeft koffie gemorst op haar spierwitte XXL-truitje. Ze kwamen namelijk met twee koffers, twee stuks handbagage en twee bakkies koffie de trein binnen. De man kijkt wat boos. Ze zegt dat ze nog een schoon truitje in de handbagage heeft.

In Eindhoven op het station vraagt de mevrouw van de broodwinkel of ik voor 50 eurocent meer een kokosmakron bij mijn koffie wil. Dat doe ik. In totaal ben ik daar dan euro 2,50 voor kwijt. Ik vergeet aan de conductrice te denken.


Als ik om 11.30 uur door het dorp Schaft kom, moet ik denken aan het nuttigen van de lunch (schaften). Een paar km verder als ik net in België ben, neem ik een broodje. Daar bij een picknicktafel van gerecycled plastic maak ik een praatje met een man uit Helmond, die hier in de buurt op een camping staat en met zijn racefiets een ritje via knooppunten maakt. Vooral het stuk over een oude spoorbaan vond hij lekker rijden. Straks kom ik ook daar een stuk te rijden.
′Kom hier rusten en of bidden, maar houd eerbied in ′t midden′ staat bij het kapelletje van OL Vrouw van Rozen, iets van het fietspad op de voormalige spoorlijn af. Het is er erg rustig. Ik neem weer wat te eten en te drinken uit m′n meegenomen voorraad. Een half uur later kom ik langs een terras (het Terraske) wat net open gaat. ′Gelieve binnen aan de toog te bestellen en af te halen′ staat er aangegeven. Dat doe ik dan ook. Bij mijn koffie krijg ik ook een plakje cake en een glaasje advocaat. Dat glaasje laat ik onaangeroerd. Ook de weinige andere gasten op het terras doe ik er geen plezier mee. Het valt me op dat vrij veel horecagelegenheden hier in de buurt van het fietspad zijn. Of ze allemaal een goede boterham kunnen verdienen, vraag ik me af.
Er gaat een fietsverbinding over een militair terrein. Daar voorbij is er een ander soort natuur. Hier aan de rand van de Limburgse Kempen in het dorp Koersel barst het van de horeca ′De Uitzichttoren′, ′Het fonteintje′, ′Oma′s ijsco′, enz. Het lijkt hier wel een soort Lage Vuursche.
Verder kom ik door een dorp, Beringen Mijn, waar bijna alleen Turkse mensen wonen. De moskee domineert in het centrum. In de verte zie je nog de spits van de katholieke kerk.
Winkels en cafés dragen bijna allemaal Turkse namen. De spoorbaan naar de voormalige kolenmijnen is overwoekert met bramen. Je kunt hiervan aardig wat potjes jam maken.
Als ik in de buurt van Diest kom, wordt de lucht wat donker. Het zou kunnen gaan regenen. Ik besluit eerst maar door te rijden naar camping ′De Stille Kempen′ voordat ik naar de stad ga. De campingbaas is het gras van de berm langs de straat aan het maaien. Reken maar even bij mijn vrouw af. Het is 10 euro inclusief een douchemunt.
Echte beesies
Woensdag 14 juli 2010
De oranje, rode, witte en blauwe beesies van AH zijn al weer een paar weken “uitverkocht”. De echte beesies zijn nog volop aanwezig en zichtbaar in de bossen, parken en sloten van ons land.

Onze kleindochter noemt het eendjes, wij noemen het zwanen. Het maakt niet uit. Het is altijd weer een prachtig gezicht. Hier zwemt een ouderpaar vooraan en aan het eind van de sliert van jonge blagen.

Deze jonge lama’s staan op een veldje op de grens van Warmond en Sassenheim, vlak langs de spoorbaan van Leiden naar Schiphol.
Business as usual
Maandag 12juli 2010
Morgen nog even de huldiging van het Nederlands voetbalelftal dat net geen wereldkampioen werd, en dan doen we weer gewoon. Aan het werk of zomers vakantievieren.
De oranjeslingers zullen weer uit het straatbeeld verdwijnen, de vaantjes worden van de auto's gehaald en we kijken 's avonds alleen nog maar naar de Tour de France waar de Nederlanders geen deuk in een pakkie boter kunnen slaan.
Tederheid, onrust
Vrijdag 9 juli 2010

Op een weilandje naast het volkstuincomplex likt in de ochtendzon een koe haar pasgeboren kalfje droog. Als je naar de kleur van het kalf vergelijkt met dat van de moeder, zou je denken dat het een pleegmoeder is, maar ik weet niet hoe de vader, de stier, eruit ziet.

Bij de boerderij vlak bij de molen roep ik “volluk” bij de horrendeur van de bijkeuken. Ik meld aan de boer dat er een koe in de sloot staat, die er zelfstandig niet uit kan komen. Alle koeien zijn daarbij erg onrustig. De boer zegt dat hij weet waarom de koeien onrustig zijn. Hij heeft zojuist een nieuwe koe bij de een groepje koeien op de dijk gezet. “Dan zijn ze altijd onrustig. Waarschijnlijk is een koe door de onrust in de sloot terecht gekomen “. De boer komt naar buiten, zijn knecht heeft een tractor mee en de boerin banden om de koe uit de sloot te trekken.
Als we even staan te kijken, steekt de koe de sloot over en kan aan de andere kant wel het gras op. De boer zegt dat hij ook aan die kant hoort. De zon zal de koe wel drogen.
(16) Uilen
S
Op de fiets naar Praag, dag 16, zondag 4 juli 2010. Nog een dag in Praag.
Na een ontbijtje op de camping gaan we op de fiets met bepakking naar de burcht van Praag. De fiets laten we aan de voet van de trappen staan in een miniparkje tegen een zitbank in de schaduw. Een politieagent heeft vlak bij onze fiets een staanplaats ingenomen. Er is veel blauw op straat in Praag. Omdat het zo warm is, lopen ze weinig maar blijven lang op één plek staan in de schaduw.
Te voet nemen we de trappen omhoog naar de Burcht. Hier zijn allerlei gebouwen, zoals kastelen, een imposante kerk, ambassades, het parlement, ministeries, beelden, enz. Veel mooie pleinen en heel veel toeristen met gidsen. En heel vee


Daarna brengen we een bezoek, met fiets aan de hand, aan de Wallenstein-tuinen. Een toezichthoudster geeft ons te kennen dat we in het park niet mogen fietsen. Dat hadden we echter zelf ook wel begrepen, gezien de pictogrammen bij de ingang. Het park is goed onderhouden. Je ziet er pauwen, onder andere in de bomen. Ook is er een volière met een groot soort uilen. De wijze vogels zitten onbeweeglijk op een buis boven in het grote vogelverblijf.

Om de warmte iets te ontvluchten maken we een fietsritje langs de westkant van de Donau. Dat doen we lekker ontspannen. Als het fietspad ineens ophoudt, gaan we een stukje dezelfde weg terug en dan over een brug over de Donau naar de kant van het centrum. We komen in een moderne kantorenwijk met vestigingen van onder andere internationale accountantsfirma, zoals KPMG en Mazars. Bij een treinstation bij deze wijk vertrekken niet alleen treinen, maar ook metro– en internationale lijnbussen. Van hier is het niet ver meer naar hartje centrum van Praag. Gisteren zagen we hier al veel bezienswaardigheden, maar nu ontdekken we toch nog een paar aardige straatjes.
Goed op tijd, dus natuurlijk veel te vroeg, zijn we op het centraal station van Praag voor onze terugreis naar Nederland. Hier vinden we Doeke weer, die vanmorgen vroeg al naar het station ging om een treinticket naar Amsterdam te kopen. Hij vertelde ons eerder dat hij eigenlijk van plan was om terug vanaf Praag ook op de fiets te gaan, maar bij nader inzien zag hij er toch maar van af.
Een Nederlands stel dat we hier op het station tegenkomen, fietste de Elberadweg vanaf Hamburg. Zij maakten gebruik van pensionnetjes en jeugdherbergen, net als Joke en ik vorig jaar. Het laatste stuk van hun route, voorbij Lutherstadt Wittenberg, was zwaarder omdat er veel smalle paadjes waren en het wegdek soms vol kuilen zat, zeiden ze.
Maandagmorgen na een nacht treinen drinken we op Amsterdam Centraal samen met Doeke nog een kop koffie voor we overstappen op de trein richting Schiphol. De fietstocht van twee weken had een lengte van tussen de 1.300 en 1.400 km. Het was de moeite waard. Bert, bedankt voor de gezelligheid.
(15) Egels
S
Op de fiets naar Praag, dag 15, zaterdag 3 juli 2010. Van Zadni Treban naar Praag, 36 km. Het hele stuk naar Praag, meer dan 1.300 km
Vanaf de camping in Zadni Treban rijden we langs een beek, dan weer aan de ene kant en dan weer aan de andere. We rijden een keer op een fietspad over de Donau naast het spoor, bestaande uit een stalen rooster. Onder ons is het water goed zichtbaar. Sommige mensen vinden dit eng. Twaalf kilometer voor het centrum van Praag komen we op een fietsroute A2. Hier wordt gefietst, gewandeld en gerollerscaket.


Om op onze Praagse camping, gelegen op een eiland in de Donau, te komen moeten we op een fietspad langs een drukke autoweg de Donau oversteken. We fietsen samen op met een stel uit de buurt van Arnhem, Ineke en Jan. We kiezen de kleinste van de twee campings op dat eiland. We hoorden dat de wc′s bij de andere camping niet al te schoon zouden zijn.
Met tram 12 gaan we naar het centrum. Natuurlijk gaan we over de Karelsbrug en zien we de toren met de bijzondere uurwerken. Op het hele uur gaan de luikjes boven het uurwerk open en komen heiligenbeelden te voorschijn, die een rondje draaien voor die luikjes. Ook speelt een echte heraut een deuntje vanaf de torenomgang boven in de toren. We struinen langs bezienswaardigheden en zitten lang op een terras.
Aan het eind van de middag lopen we weer over het grote plein van de stad. Duitsland heeft vanmiddag de WK-voetbalwedstrijd gewonnen. Drommen Duitse jongens lopen juichend door de Praagse straten. Hyundai heeft een groot scherm opgesteld op het plein. Dat trok veel Duitse toeristen.
′s Avonds drinken we een glas bier op het terras van de camping, samen met Doeke uit Santpoort. Ineens zien we een egeltje over het terras wandelen. Vijf minuten later gaat er nog een egel die kant op.
(14) Olifant
S
Op de fiets naar Praag, dag 14, vrijdag 2 juli 2010. Van Ejpovice naar Zadni Treban, 72 km. Tot en met vandaag 1.254 km.
Rokycany is de eerste grotere plaats op onze route vandaag. Het centrum is beschermd stadsgezicht, hoewel de stad een paar honderd jaar geleden helemaal afbrandde. Na de stad volgt de route voor een groot deel een flink stromend beekje.
In Strašice nemen we een korte stop tegenover een mooi kerkje op het hoogste punt van het dorp. Er komt een auto aanrijden. Een oudere vrouw en een meisje van een jaar of negen stappen uit. Ze hebben een gieter bij zich en een bos bloemen. De Tsjechen besteden veel aandacht aan het graf van overleden dierbaren.


In Horovice fietsen we langs het mooi raadhuis en het stadsslot. Het is te warm om de stad uitgebreid te bezoeken. In een dorpje, Lochovice, eten we onze middagbroodje op een bank in het park vlakbij een bushalte. Het dorp straalt armoede uit. Er staan aardig wat mensen op de bus te wachten, onder andere zo′n vijftien mannen en vrouwen met een verstandelijke beperking. De bus is te laat omdat een stukje verder een ongeluk is gebeurd. Onderweg op de weg naar Lochovice kwamen al een brandweerauto en een ambulance ons al met zeer hoge snelheid voorbij scheuren.

Wij zijn onderweg naar de camping in Zadni Treban, zo′n dertig km vóór Praag. Vlak voor de camping moeten we wachten voor de overweg. Er komt een regionale trein langs met een gestileerde tekening van een olifant erop. De treindienst heet Elefant City. Als we onze tenten in rap tempo opzetten zijn we nog juist op tijd om naar Nederland-Brazilië te kijken. Ze hebben in de kantine een tv en een projectiescherm. Nederland wint met 2-1.
(13) Stadsduiven
S
Op de fiets naar Praag, dag 13, donderdag 1 juli 2010. Van Klaster Tepla naar Ejpovice, 80 km. Tot en met vandaag 1.182 km.
Gisteren aten we bij het kloosterrestaurant. Klaster Tepla (Klooster Tepla) is een enorm complex, dat maar voor een klein deel is opgeknapt. Jarenlang is er geen of bijna geen onderhoud aan gepleegd. Wij bezochten het complex vanuit de binnentuin en bekeken de gammele staat van de gebouwen. Ook gingen we nog even het dorpje Tepla in. Dat ligt op een heuvel aangebouwd met de vervallen dorpskerk op het hoogste punt.


Vanmorgen gaan we eerst omhoog het dorpje Tepla in, naar de bakker. Daar kopen we broodjes en kaas voor het ontbijt. Aan het dorp zelf is nog aardig wat achterstallig onderhoud te doen. De gebouwen zijn in slechte staat en er zijn veel gaten in het wegdek. Wel is er een schitterend fietspad gemaakt tussen de rand van het dorp en het klooster. Er staan heel wat banken en tafels voor de fietsers en wandelaars. Daar ontbijten we.
Op de route voorbij het klooster komen we in een rustig gebied, met maar weinig dorpjes, veel akkers afgewisseld met bossen. Hier en daar zijn mooie vergezichten het dal in.
Konstantinovy Lazne is een kuuroord, zoals Marienbad maar dan een stuk kleiner. Hier doen we bij de Co-op onze boodschappen. Voor het gesloten clublokaal van de plaatselijke voetbalclub van een dorpje verderop zetten we een lange bank in de schaduw van het oude houten gebouw en nuttigen hier onze lunch. Meestal doen we ons twaalfuurtje op een bankje in de buitenlucht met bij de bakker gekochte broodjes.

Rond drie uur rijden we Plzen binnen, de stad van Skoda en bier. Zo′n grote stad is altijd weer een cultuurschok, als je je zo lang buiten de steden beweegt met links en rechts akkerbouwland, bossen en hier en daar een dorpje. Op het Plein van de Republiek zijn de duiven net zo brutaal als die van de Dam in Amsterdam.
Als we het centrum van Plzen uitrijden komen we langs de bierfabrieken. De bierlucht is een paar kilometer ver te ruiken. Ruim tien km voorbij deze grote stad, aan een meer in Ejpovice, zetten we onze tent op bij een camping met de naam Diana. Het is erg warm. Voor we gaan douchen nemen we eerst een halve liter bier en een pizza in de campingkantine.
(12) Vos
S
Op de fiets naar Praag, dag 12, woensdag 30 juni 2010. Van Cheb naar Klãšter Teplá, 60 km. Tot en met vandaag 1.102 km.
Om 7 uur hebben we ons ontbijt in een pension in Cheb. Met de eigenaar praten we een beetje over koetjes en kalfjes in moeizaam Engels en Duits. We kunnen de weg naar het centrum inmiddels dromen. Als ik de batterijen van m′n Garmin verwissel ziet Bert een minisupermarkt op het marktplein. Deze zaak wordt gerund door een Vietnamees. Je ziet veel kleine winkeltjes van Vietnamezen. In de communistische tijd kwamen heel wat (Noord-) Vietnamese mensen als gastarbeiders naar Oostbloklanden.


Langs de weg zie je hier regelmatig lege plastic waterflessen liggen, die vanuit de auto in de berm zij
n gegooid. In Duitsland zie je dat niet want daar zit statiegeld op plastikflessen (en bierblikken). Veel dorpen hebben ze hier in een beneden en een boven-vorm, bijvoorbeeld Dolni Zandov (Laag Zandov) en Horni Zandov (Hoog Zandov).
Volgens het routeboek zouden er in het eerste stuk van vandaag nauwelijks voorzieningen zijn. Toch zien we hier en daar pensionnetjes. Die zien er allemaal erg armoedig uit.

Na een bocht steekt er tien meter voor ons een vos de weg over. Daar hebben we vanzelf geen foto van. Je bent altijd te laat.
We komen in de buurt van Mariánske Láznê. Ze hebben hier trolleybussen. De laatste keer dat ik die zag was op dag 1 van onze fietstocht in Arnhem. We zien een helikopter dalen. Hij landt op een landje naast de weg. Ik denk dat het een oefening is. Verderop staat ook een ambulance.
Mariánske Láznê (in het Duits Marienbad) is een wereldberoemd kuuroord met veel elegante gebouwen (vooral hotels) met veel tierelantijnen en geschilderd in pasteltinten. Al wachten enkele gevels nog op een grote opknapbeurt.
Vanuit deze stad is het een aardig stuk pittig klauteren. Behoorlijk bekaf neem ik twee glazen cola in een restaurantje langs de weg. Hier en daar zijn weiden nog niet gemaaid. Er staan ergens heel wat blauwe lupinen .
Op een camping twee km vóór Klãšter Teplá (Klooster Teplá) zetten we de tenten neer. Als we bijna klaar zijn met opzetten begint het te onweren en komt er een flinke bui uit de hemel. Gauw duwen we alle tassen in onze tenten.
Gelukkig heeft deze camping als voorziening een café-restaurant, zodat we niet in onze kleine tenten hoeven te wachten totdat de bui over is. Er is op de camping echter geen draadloos internet. Zodat de vaste lezers van mijn weblog dit bericht niet op dezelfde dag zelf kunnen lezen.
