Home » 2009 (Pagina 5)
Jaarlijks archief: 2009
(22) Cruz de Ferro
S
Fietsen naar Santiago. Dag 22, maandag 25 mei 2009. Van Astorga naar Ponferrade, 60 km.
Gisteravond hoorde ik van de Amerikaan in het restaurant dat er ook een andere (gemeente-)albergue in Astorga is. Die is goedkoper en beter. Oké. Je kunt niet alles hebben. In mijn alberge kan je ´s morgens een ontbijt nemen voor 3 euro. Lekker en natuurlijk gezellig. François Hummel van gisterenavond zit ook bij mij aan tafel. Verder praat ik met een Australiër die al tien jaar in Denemarken woont en in de ICT werkt bij een grote Deense bank. Een goed gespreksonderwerp is de ABN-Amro.

Na 15 km pik ik al weer een bakkie. Het wordt zwaar vandaag. Dus je moet rustig beginnen. Ik ben de eerste klant in El Ganso. De dames van het café nemen zelf ook maar een kopje koffie en nemen samen de nieuwtjes door. Ik versta er niets van. Dat zullen jullie begrijpen.

Voorbij Foncebada staan stalen palen langs de weg. Dit is om de weg te markeren als er ´s winters sneeuw ligt, zoals je ook in Oostenrijk wel ziet. Richting Cruz de Ferro regent het zo nu en dan. Vlak bij het ijzeren kruis is het even droog. Een Française neemt op mijn verzoek een foto van mij als ik de steentjes van Joke bij de voet van het kruis neerleg. Voorbij dit gedenkwaardige punt gaat de weg zo nu en dan nog stukjes betrekkelijk stijl omhoog, afgewisseld met afdalingen. In Marjarin is een soort refugio-café. Ik kijk even binnen. Het ziet er mij te harie-bombarie-religieus uit. Allemaal heiligenbeelden en kralenkettingen. Het spreekt mij niet aan. Ik ga door. Als het echt bergafwaarts gaat wordt het steeds slechter weer. Het regent en ik rij in de wolken. Mijn bril wordt nat en het zicht daarmee nog slechter. Ik voel me niet senang (in de wolken) hierbij. Ik gebruik veelvuldig de remmen.
Als het dorpje El Acebo er is, is hier gelukkig een restaurantje. Drijfnat ga ik, en met mij vele anderen, hier naar binnen. Het menu van de dag lijkt me wel een goed idee. De forel ligt met zijn kop op de rechterkant van de rand van het bord en de staart ligt links op de rand. Heerlijk! Pas na anderhalf uur ga ik hier weer naar buiten. Het wordt wat lichter.
De afdaling is erg spectaculair. Het wordt droog, hoewel mijn remblokjes het zwaar te verduren hebben.
In Ponferrada vind ik na wat vragen de albergue. Het staat naast een kerkje. De douches en wc´s zijn aan de achterkant van de kerk. Dat wordt dus vanavond en vannacht de lange broek aantrekken als ik even moet plassen.
Ponferrada is een betrekkelijk grote stad. In elk geval groter dan ik me had voorgesteld.
(21) Zondag in Noord-Spanje
S
Fietsen naar Santiago. Dag 21. Van León naar Astorga, 70 km
Wakker word ik van het getik van de regen. Het blijkt echter geen regen te zijn, maar het gekraak van de oude stapelbedden in de albergue van de broeders. Rond 6 uur zijn de eerste pelgrims bezig hun slaapzakken op te rollen. Nu ben ik een ochtendmens, maar het had van mij ook om 7 uur gemogen.
Ik merk dat het een sleur begint te worden als ook ik om 6:20 uur mijn slaapzak in zijn hoes doe en mijn tassen begin in te pakken. Ik realiseer me nu ik dit schrijf dat sleur een negatieve klank heeft. Laat ik het anders formuleren: Het begint een routine te worden. In León in de kloosteralbergue is er om 7:00 uur een ontbijt. Nu moet je daar niet al te veel van voorstellen, maar toch.
Het is vandaag geen stralend zonnige dag, maar het regent in elk geval niet daar waar ik fiets. Op vele plaatsen is de weg aardig nat van de regen, maar die is gevallen toen ik nog in León was, mag ik aannemen. In deze stad is een aantal straten alleen nat, omdat ze schoongespoeld zijn door de gemeentereiniging. De voetbalfans hebben wat rommel achtergelaten. Dit wordt vakkundig weggewerkt.
In Villar de Mazarife is het 9:30 uur en ik lust wel een bakkie. Bij het plaatselijke café staat op een bord: Aberto desde las 7 AM. Ik leg dat voor mezelf uit als dat ze vanaf 7 uur ´s morgens open zijn. Ik zie echter niemand en de deur zit op slot. Zondags zijn ze zeker niet zo matineus. Ik neem plaats op het mooie kleine dorpspleintje, doe me te goed aan een stuk pure chocolade dat ik nog in mijn tas heb en luister het geklepper van de plaatselijke ooievaars aan. Hoewel het bewolkt is staat de zon op mijn bol te schijnen. Wie doet me wat? Alleen een beetje rustig.
Hospital de Orbigo bereik ik via een beroemde brug over de Rio Orbigo. De brug is uniek door zijn lengte met 18 stenen bogen en onregelmatige vormgeving. Een wandelende pelgrim zet mij op m’n verzoek op de foto op de brug. Het is een leuk straatje voorbij de brug, maar verder is er niks te zien in het dorp.
Ik heb besloten om vandaag naar Astorga te gaan. Dat is nog juist voordat de beklimmingen weer gaan beginnen. Ergens is een nieuwe weg aangelegd en kloppen mijn gegevens niet meer. Een dienstbaar vrouwtje vertelt mij in het Spaans met wat Franse woorden erdoor hoe ik moet rijden. Aan de hand van de gebaren die daarbij worden gemaakt kom ik er wel uit.
Vijf km voor de stad neem ik nog een glas cola met een zakje chips voor de zoutaanvulling. Verdorrie wat is die reut zout. Ik bewaar de helft voor een andere keer. Een paar Denen zitten hier ook het terras die lopen nog even dat stukje naar de volgende stad.
In Astorga blijkt de albergue vlak bij de kathedraal in het centrum te zijn. Het is wel een oud gebouw en de bedden staan behoorlijk hutje mudje, maar daar merk je niets van als je slaapt. Overigens beste lezers heb ik tot op heden nog geen problemen gehad met snurkende medepelgrims. Ik hoor wel eens wat gezaag, maar ik trek me er niets van aan. Straks ga ik nog even de stad bekijken, als het tenminste niet regent. De lucht ziet er wel naar uit dat er een buitje zal kunnen komen.
’s Avonds gegeten met een Fransman. Het gesprek gaat niet makkelijk. Ik spreek geen goed Frans en hij nog minder Engels. Maandag gaat hij weer naar huis. Dan zit zijn caminio erop. Ook raak ik in het restaurant nog in gesprek met een Amerikaan die stukjes van de camino doet, afgewisseld met stukken met de trein. Zijn vrouw en dochter pikken hem op in Santiago. Vandaar gaan ze nog even met het vliegtuig naar Venetië.
70 km. Vanaf Chartres 1.554 km



(20) Ooievaars
S
Fietsen naar Santiago. Dag 20, zaterdag 23 mei 2009. Van Sahagun naar León, 67 km
Gisteren en eergisteren zag ik in bijna ieder dorp ooievaars op nesten op de plaatselijke kerk en andere hoge gebouwen. Ook vandaag zal ik er nog vele zien. Het gebied na Sahagun is uitgestrekt. In het verleden dienden de pelgrims hier op te passen voor wolven. De fietsende pelgrims hebben vandaag de wind mee.
Het is of in deze regionen de tijd is blijven stil staan. In 1993 zijn platanenboompjes gepland langs het caminowandelpad, dat langs de gewone weg loopt. Ze zijn nog niet erg groot. Hier op deze weg kom je bijna geen auto’s tegen.
Om kwart voor elf zit ik voor de tweede keer aan de koffie. Nu in Reliegos. De muren van het café zijn volgekladderd met teksten. Achter de bar door de eigenaar, neem ik aan. Verder door de gasten/pelgrims. Veel Spaans, Duits en Nederlands. Er staat traditionele Spaanse muziek op. Natuurlijk staat de tv ook aan, maar zonder geluid, als een soort schemerlamp in de hoek van de zaak. De wc is in het schuurtje.
Na een kleine 40 km kom ik in een dorp met winkels. Dat is in Marsilla de los Mulas. Hier koop ik brood voor mijn lunch voor onderweg.
Verderop staat een Vlaamse foto’s te nemen van klaprozen. Ik rijd met haar op naar León. Ze werkte bij een fotocentrale waar veel kiekjes uit Nederland worden afgedrukt. Ook Extrafilm is een onderdeel van dit bedrijf. Omdat het nu minder gaat in die branche, zit ze inmiddels zonder werk en heeft de tijd om fietstochten te maken. Ze zegt nog bijna geen Nederlands te hebben gesproken tijdens haar camino. alleen maar Frans en Spaans. Ze heeft meestal het voetpad genomen, hoewel ze ook hetzelfde routeboek als ik bij zich heeft.
Als we in León komen zien we dat er veel te doen is. Er zijn ook veel voetbalfans in de stad. Ze zingen en dansen. Er wordt op straat van alles en nog wat te koop aangeboden en veel mensen drinken op straat bij de cafés. Het is nu ongeveer 20 graden C. , heel wat minder dan gisteren rond deze tijd.
Door een broeder in T-shirt wordt ik ingeschreven in een Benedictijner klooster, dat als albergue dient. Dit is in de binnenstad. Als ik later weer richting de kathedraal wandel, zijn er nog steeds veel voetbalfans van Cijon, die steeds luidruchtiger worden. De kathedraal is net als die van Burgos gotisch (ja Tineke), zoals je in Frankrijk tegenkomt, bijvoorbeeld in Chartres en Tours. Ik loop een rondje door de kerk. Hij is erg groot,.
Joke zegt door de telefoon dat het morgen erg slecht weer zal worden in deze regionen. Er zitten nu al donkere wolken in de lucht. Het is daarom niet uitgesloten dat er straks al een fikse bui zal vallen.
s Avonds gegeten in een restaurantje vlak bij de albergue. Hier hoef je niet te wachten tot 20:00 uur voor het avondeten. Het is niet groot en er zijn geen lege tafels, zodat ik aanschuif aan een tafeltje waar twee Italianen zitten, die ik vaag ken van de albergue. Die zijn bijna klaar met eten en ze hebben nog een halve fles rode wijn over. Die schenken ze me. Ik vertel hen nog even over mijn fietstocht van vorig jaar van Bregenz naar Florence. Dan ben je zeker ook via Verona gekomen, zegt de ene. Daar woon ik vlak bij.
Vandaag 67 km- Vanaf Chartres 1.484 km.



(19) Erg warm weer
S
Fietsen naar Santiago. Dag 19, vrijdag 22 mei 2009. Van Castrojeriz naar Sahagun, 95 km
Vanmorgen worden we gewekt met Gregoriaanse muziek. Gisteren was het nog een modern pelgrimslied. Aan het begin van de dag gaat de weg over een paar oude boogbruggen. Er is veel riet en de vogels en kikkers maken al veel geluid. De zon komt al vroeg door.

Het dorp Bodilla heeft een rechtelijke zuil voor de kerk staan. Hier werden misdadigers als deel van hun straf te kijk gezet voor de burgers. Ik ga voor een koffie met een bocadilla (belegd broodje) naar een dorpscafé met een mooie binnentuin. De ober kan een beetje Nederlands praten en ziet meteen dat ik een Hollander ben. Ik vraag hem later waar hij was in Nederland. Hij zegt Madurodam. Ik maak een beweging met me hand 10 cm van de grond. Hij zegt: Het was Haarlem. Van Lisse heeft hij nooit gehoord.

Verderop kom ik weer eens twee Brabantse fietsers tegen. Deze keer mannen uit Uden. Ze hebben de alleen rijdende man uit Oirschot met de witte handdoek om de nek ook een paar keer gezien en gesproken. Zij zagen onderweg vandaag een roedel wilde honden. De ene man had zijn mes al gereed. Toen er een auto kwam aanrijden gingen de honden er van door.
Carrion de los Condes is een mooie plaats. Het is net lunchpauze en bijna alle terrassen zitten vol met eters. Ik heb nu geen zin in een menu van de dag. Daarom eet ik broodjes op een bankje bij de kerk. Een non wenst me op zijn Spaans smakelijk eten. Een stel uit Den Haag spreekt me aan. Zij maken een treinreis door het Spaanse noorden. Zij begonnen in Santiago en stoppen hier en daar bij mooie steden.
Als ik een bakkie ga don in een bar kom ik nog een andere Brabander tegen. Deze fietst van Santiago naar huis. Hij had de eerste dagen erg slecht weer. Veel regen. Hij slaapt in hostels (goedkope hotels) en verzamelt geen stempels.
Vanuit Carrison de los Condes is er over een lengte van 40 km geen eten en drinken te kopen. Daarom sla ik uitgebreid in. Ik rij nu weer op de N120. Deze is hier erg rustig omdat een stuk verderop een snelweg dezelfde richting opgaat. Onderweg kom ik een schaapsherder tegen met 150 schapen en twee honden.
Het is erg heet. Zolang ik blijf fietsen heb ik er niet veel last van. Pas als ik in Sahagun voor de pelgrimsherberg sta wordt ik bijna overmeesterd door de hitte. Binnen is het lekker koel. Ze hebben hier nog een plekkie voor me. Ik vind zelfs een beneden-bed, de laatste. ’s Avonds op een terras raak ik in gesprek met vier Brabanders. Op de foto Franck van Boekel en zijn vrouw Resi.
(18) De Meseta
S
Fietsen naar Santiago. Dag 18, donderdag, Hemelvaartsdag 21 mei 2009. Van Burgos naar Castrojeriz, 55 km.
‘Met enkele hellingen klimt de route tot op de glooiende hoogvlakte van Spanje, de meseta, waar het ´s zomers behoorlijk warm kan zijn. Het landschap verandert sterk met eindeloze graanvelden en dorre vlakten tot aan de horizon. De fietser vormt in deze uitgestrektheid een nietig stipje, dat langzaam vordert langs kleine dorpjes, verzonken in de kleuren van het land.¨ Tot zo ver een citaat uit het routeboekje. Ik kan het niet mooier beschrijven.
Rond 10.00 uur ben ik in Estepar; de kruidenier gaat net open. Het Nederlandse stel, Mart en Yvon, heeft zojuist hun koffie op. Ik kwam ze gisterenmorgen en vanmorgen in de albergue tegen. De man deed vorig jaar de camino per fiets alleen.
Ik neem mijn lunchpauze op een kruispunt van de wandelcamino met de fietsroute. Veel mensen groeten mij en ik groet veel mensen. Twee vrouwen zien aan mijn Gazelle dat ik een Nederlander ben. Ze zijn ruim twee weken onderweg vanuit Saint Jean Pied de Port.

Onder een boom zit een oude man te doezelen. Ik vraag of ik hem op de foto mag zetten. Dat vindt hij prima. Hij vraagt waarvan ik kom. Frankrijk, Duitsland, Engeland? Ik zeg Olanda. Hij zegt iets wat ik niet versta. Omdat hij begrijpt dat ik hem niet versta maakt hij bewegingen alsof hij een koe melkt. Ik denk dat hij wil zeggen dat Nederland goede koeien heeft. Ik versta niet, als hij mij vraagt of ik voor hem wil bidden in Santiago of een kaars voor hem wil opsteken. Ik zeg wel si. Dan is hij ook weer blij.
Om 13:00 uur ben ik bij Hontanas. In het boekje staat dat je daar iets kan drinken. Mijn waterfles is ook leeg. Dus maar even het dorpje in. Er is hier zelfs een pelgrimsherberg. Daar kan je wel water tappen en cola uit een automaat trekken. Verder is deze nog dicht. Er is een bord aan de overkant met een verwijzing naar een café. Dat blijkt het gemeentezwembad te zijn met een barretje erbij. Hier koop ik een cola en ga even aan een tafeltje binnen zitten met een plastic zeiltje erover.

In Castrojeriz is de eerste gemeentelijke refugio vol. De particuliere is ook ´completo.´ De tweede gemeentelijke herberg gaat om 15:00 uur open. Er staat al een rij rugtassen. Ik neem een biertje bij het café aan de overkant. Als om drie uur de refugio open gaat is er nog plek voor mij na de aanwezige wandelaars. Ik heb alleen nog keuze uit bovenbedden. Ik slaap komende nacht boven een IJslander. Ik durf met hem te beginnen over Landsbanki. Hij loopt met zijn vrouw. De volgende keer wil hij ook fietsen. Dat lijkt hem leuker.

Op straat kom ik aan het begin van de avond in gesprek met een Engels stel uit Cornwall, Tony en Valerie, Zij vinden het jammer dat er zo weinig Engelsen de camino lopen. De man heeft een bedrijf dat kleine schepen maakt. We drinken gezamelijk een biertje bij een bar en zoeken ook met zijn drieën een restaurantje op om wat te eten. Om tegen half tien ga ik terug naar de albergue (refugio). Mijn was is inmiddels helemaal droog geworden door de zon en de matige wind in de tuin van de pelgrimsherberg. Voor het slapen gaan heb ik nog even een kort praatje met het IJslandse stel.
(17) Grote vogels
S
Fietsen naar Santiago. Dag 17, woensdag 20 mei 2009. Van Santo Domingo naar Burgos, 96 km.
In Santo Domingo neem ik een koffie en een croissant bij restaurant De Titanic aan een pleintje. Het is weer een zonnige dag.

Bij een bord dat aangeeft dat de provincie Burgos begint, wordt de weg minder. Niet echt slecht, maar met veel vertelstukjes van koud asfalt.
In Belorada neem ik weer een bakkie en koop brood en wat toebehoren bij een supermarktje. Ineens ben ik voorbij de stad zonder het centrum gezien te hebben. Nu ja, ik ga niet terug. Er komen nog meer interessante steden.
Een stukje zit ik op de N120; vrachtwagens razen voorbij. Het rijdt niet echt prettig. Al snel buig ik af om langs en door dorpjes te fietsen. Daartussen grote verlaten stukken bouwland en heuvellandschap met glooiende vergezichten. Het is lekker rustig. Slechts enkele keren kom je iemand tegen.

In Villalómez (990 m) vliegen vogels met zeer brede vleugels. Arenden, adelaars of vale gieren? Ik weet het niet. Hier wordt een stuk berg afgegraven. Het is wat ze noemen een steengroeve. Het dorp hier ziet er bedomd uit. Smoezelige huizen met houten aftandse deuren (1).
Als ik San Juan de Ortega binnenfiets, is het nog geen 15.00 uur. Het is er wel flink warm. Ik scoor een stempel bij de plaatselijke albergue del peligrinos, neem een cola bij de enige bar in dit piepkleine dorp en besluit nog 30 km verder te fietsen naar Burgos. De grote stad trekt me aan.

In het dorpje Cardanajimeno (922 m) zit op de kerk een ooievaar in een nest. Ik zet de fiets aan de kant om er een foto van te maken. Enkele kilometers voor Burgos fiets ik op een wandelpad. Een Nederlands stel spreekt me aan. Ze hebben net een plek om te kamperen gevonden. Ze zijn op vakantie in Noord-Spanje. De man vertelt dat hij vijf jaar geleden ook de camino heeft gefietst. Hij deed ook een deel van de terugreis.
Net als ik Burgos ben binnen gereden, vraag ik aan een paar plaatselijke wielrenners de weg naar de pelgrimsherberg. Ze spreken weinig Engels, maar kunnen me wel duidelijk maken dat ik over ongeveer een kilometer de tweede weg rechts over een brug met beelden moet hebben en dan ergens in de buurt van de kathedraal moet zijn. Het klopt allemaal goed. Als ik weer iemand verder de weg vraag, sta ik bijna voor de deur.
Ook hier is het weer een mooi groot gebouw in het hartje van de stad. Alles ziet er pico bello uit. Ik krijg een plekkie op de 4e etage. Hier staan geen stapelbedden maar liggen matrassen op de grond. Dus geen bovenburen vannacht. Mijn buurman is een Duitser die ik een paar keer vandaag onderweg tegen was gekomen. Hij nam dikwijls andere wegen dan ik.
Samen met hem eten we van de in onze tassen aanwezige etenswaren. Ik heb nog een chiabatta onderweg gekocht bij een rijdende bakker in een klein dorp. Daar liepen toen een paar blaffende honden op straat. Toen dacht ik nog: Blaffende honden bijten niet. Dat bleek in dit geval ook te kloppen. Verder heb ik nog spek, vis uit blik, een tomaat en smeerkaas. Tijdens ons eten in de zitkamer beneden onder het genot van een Amstelbier uit blik uit de automaat, heeft het ook nog even geregend. Ik hoorde zelfs zegen dat het even geonweerd had. Nu is het echter weer droog.
Samen met de Duitser bekijk ik de kathedraal en de omgeving. Als we daar binnen zijn, krijgt hij spontaan een religieuze aanval. Hij wil een uurtje blijven om te bidden. Prima. Dan kan ik even mijn dagverslag schrijven.
Vandaag 96 km, vanaf Chartres in totaal 1.266 km.
Voetnoot (1): Op 9 juni 2009 liet een inwoonster van Villalómez een reactie achter op het stukje over haar dorp. In het kort komt het erop neer dat de vogels met de brede vleugels gieren kunnen zijn, maar ze hebben daar in het dal ook een soort kleine adelaars, genaamd buteo, buteo. De steengroeve zorgt voor werk en inkomen voor de dorpelingen.
Ze geeft een toelichting op de foto met de oude huisjes. Als klein kind zat ze dikwijls snoep te eten met vriendjes en vriendinnetjes op het trapje midden op de foto. De trappen werden vroeger gebouwd om van buiten de bovenverdieping van de woning te kunnen bereiken. In het linkerhuis wonen twee broers Lorenzo en Priscila. Het huis aan de rechterkant is niet in gebruik, zoals veel andere huizen in hun dorp en in de Ocavallei.
Ze zegt er aan gewend te zijn dat er ’s zomers buitenlanders door hun dorpjes trekken, terwijl de zon priemt tijdens de lunchtijd (DW: tussen 12.00 en 14.00 u).
(16) Santo Domingo
S
Fietsen naar Santiago. Dag 16, dinsdag 19 mei 2009. Van Logrono naar Santo Domingo de la Calzada, 64 km
In een stad als Logrono is de camino op veel plekken aanwezig. Diverse zaken zijn ernaar vernoemd en je ziet heel wat schelpen in de weg en op aanwijsborden. Op het platteland (wat overigens zelden plat is) zie je veel lelijke met verfkwast aangebrachte gele pijlen die de weg wijzen voor de wandelende pelgrim.

In Navarrete zit ik op het pleintje voor de La Asuncionkerk uit de 16e eeuw. Heel veel bladgoud is er in deze kerk verwerkt. Je kijkt je ogen uit. Naast mij zit een Canadees in een Spaanse krant te lezen. Ik vraagt of hij Spaans kan lezen. Hij zegt: Nee, ik kijk naar de weerberichten en eigenlijk kocht ik deze krant voor de beurskoersen. Ik: Dat past toch helemaal niet bij de camino. Hij: Zo spiritueel ben ik er niet mee bezig. Het is voor mij alleen maar lekker wandelen.

Van Navarrete naar Najera moeten er een paar ommetjes gemaakt worden, omdat op de oude route nu een snelweg ligt. Hier betekent een ommetje een stuk omhoog naar een dorpje en vandaar weer omlaag. Om 12 uur kom ik langs een aardig klein dorp, Venteso. Er staat een bordje vooraan het dorp met het opschrift: Restaurant San Anton 250 m. Ik wil me laten verrassen. Erop af voor een dagmenu. Van buiten ziet het er eenvoudig uit, maar van binnen is het erg leuk en netjes. In de serre zit je bijna in de tuin met uitzicht op het dorpskerkje. In dit dorp is een kleine albergue. De hele rij rugtassen staat al bij de deur. Op straat zitten en hangen wandelpelgrims. Ze wachten totdat ze binnengelaten worden. Dit zijn de mensen, die redelijk vroeg vertrekken en rond het middaguur klaar zijn met hun wandeling.
Vandaag waag ik me ook een paar km op het Santiagowandelpad. Het eerste stuk is goed te doen, maar later moet ik een stuk lopen omdat het pad vrij smal is met veel gleuven ontstaan door waterstromen. Daar waar ik weer op de harde weg kan, maak ik een einde aan dit uitstapje.
Ik heb vandaag weer een schitterende zonnige dag. Half vijf kom ik in Santo Domingo aan. De pelgrimsherberg is net een week oud, hoor ik zeggen. Nu, het ziet er allemaal ook erg keurig uit. Natuurlijk nog steeds redelijk grote slaapzalen. Je mag je eigen bed kiezen. Ik kies een bed vlak bij het raam niet zo ver van de deur. Dan hoef ik ´s nachts niet zo ver te lopen.
De stad heb ik nog niet bekeken. Ik ben eerst maar eens gaan douchen. In deze stad speelt het verhaal van de kip en de haan die ze hier in een hokje in de kathedraal hebben. Iedere internettende pelgrim schrijft hierover. Er zou een verhaaltje (sage) aan zijn verbonden. De kip wordt onderhouden van de toegang die je voor die kerk moet betalen. Wellicht houden ze er nog wel flink aan over.
Op straat hoorde ik van een Nederlands stel dat de kerk nu nog open en zo gaat sluiten. Ik ga toch ook maar even naar de kip en de haan kijken. Ze zitten in een heel hoog hok en volgens mij zijn het twee kippen. Dat geeft meer rust in de kerk. Verder is het ook hier weer veel bladgoud achter het altaar. Er is ook nog een crypte onder de kerk. Die laat ik maar voor wat het is. Ik hoef niet alles te zien. Op het terras op een pleintje scoor ik een Amstelbiertje. Ze hebben niks anders.
Al met al is vandaag niet zo’n spannende dag, maar voor de criticasters onder mijn lezers. Ik heb het nog steeds prima naar het zin. Mijn fiets staat hier in een speciale fietsenkamer. Er is hier ook een keuken in deze albergue. Sommige mensen maken hun eigen potje klaar. Zelf ben ik van plan om straks om 20.00 uur iets in de stad te gaan eten. Voor achten is nog niks open om te eten. Met natte handdoek heb ik buiten op een rek gehangen. Er hangt hier aardig wat wasgoed. Dat kan ook omdat het nog zo zonnig is op dit uur van de dag (19:30 uur).
’s Avonds eet ik in een klein restaurant niet ver van de albergue. Hier spreek ik met twee Duitse en een Limburgse. Die slapen vannacht in een duur hotel. Zij hadden elkaar onderweg ontmoet en liepen daarna samen. Een van hen gaat morgen met de trein naar huis. Vandaar dat sjieke hotel, om afscheid te vieren. Ook spreek ik hier met een Nederlandse man van 64, die blijft werken na zijn 65e (in zijn eigen bedrijf), en zijn dochter van 34. Samen fietsen ze naar Santiago. Ze begonnen vandaag in Logrona. Ze hadden bij hun VVV in Nederland, een fietsboek besteld, maar kregen een wandelboek. Kwart voor 10 weer terug naar de albergue, want om rond 10 uur gaat de deur dicht en om 10:30 uur de lichten uit.
Santo Domingo heeft een speciale betekenis voor mij. In 1980 was ik voor enkele dagen in Sto Domingo in de Dominicaanse Republiek. Toen maakte ik een uitstapje naar Santiago op dat eiland. Nu ben ik weer in Santo Domingo en op weg naar het Spaanse Santiago. De geschiedenis herhaalt zich.
Plan voor woensdag of naar St. Juan de Ortega (60 km) of naar Burgos (90km). Het zal waarschijnlijk het eerste worden.
(15) Geen wijn uit de muur
S
Dag 15, maandag 18 mei 2009, van Estella naar Logroño, 56 km
Na een simpel ontbijt in de pelgrimsherberg van de parochie van Estella, sta ik vóór achten weer buiten de deur. De zon komt voorzichtig door. Het is spitsuur. Dat is te merken aan het vele verkeer in de buitenwijken en voorsteden van de stad. De weg gaat gestaag omhoog.

Los Arcos is de volgende stad die ik aandoe. Er is een plein met arcaden. De kerk is erg mooi, ook van binnen. Ook hier zijn ze de boel, met name heel hoog in de kerk, aan het restaureren. Links en rechts en ook achter het altaar is veel gebruik gemaakt van bladgoud. De gelovigen wanen zich hier een beetje in de hemel. In Los Arcos zit ik tijdens een bakkie koffie op een terras te praten met een stel uit Zwitserland. De Zwitserse vrouw zegt in eens: Er wordt naar je geroepen. We zitten in een smal zijstraatje. Ik loop snel naar de doorgaande weg en zie Koos en Ben langsfietsen. Ik zal ze vandaag nog twee keer tegenkomen.

Viana bezoek ik ook. De Santa Maria kerk ziet er erg mooi uit. Ja, lezers. Ik bezoek veel kerken. Frits zal dit wel mooi vinden. Een lesje Spaans voor beginners: Bijna iedere zegt hola (spreek uit: ola) als ze iemand anders zien. Buenes dias kan natuurlijk ook, maar is deftiger, formeler. De VVV kan me in Viana niet aan stempel helpen. Ze zijn namelijk de hele week open, behalve op maandag. Na Viana zit ik niet meer in Navara. Nu geen plaatsnamen meer in twee talen (Spaans en Baskisch). Nu is alles Rioja wat de klok slaat. Zelfs de universiteit van Logroño heet Rioga Universiteit.
Mijn onderkomen vind ik in deze stad. In het boekje van Clemens heet het een jeugdherberg te zijn, maar het is een studentenhuis, deel van de campus. In het begin doet de conciërge moeilijk. Hij zegt in het Spaans dat hij geen Engels spreekt. Ik denk: Als dat het ergste is, valt het wel mee. Ik laat zijn adres zijn in het routeboekje en leg mijn ID-kaart op zijn bureau. Hij boekt mij in. Hij is niet de eerste in Spanje die denkt dat Theodorus mijn achternaam is en Johannes mijn voornaam.
Als ik de conciërge later vraag naar wifi, verwijst hij mij naar de studenten in de studiezaal op de eerste etage. Ik klamp een student aan en vraag of hij weet hoe het werkt. Hij weet het niet. Ik zeg tegen hem: Je bent zeker geen wizzkid. Dat brengt hem op een idee. Snel daarna komt hij aanzetten met een handige jongen, die wat zaken voor mij instelt. En ja hoor. Internet doet het.
Te voet ga ik naar het centrum; dat is ongeveer 25 minuten wandelen. Prima. Ik laat mijn fiets wel bij de conciërge staan. Ook hier staat de kathedraal in de stijgers. De gezellige winkelstraten hebben boven de winkels een soort Franse balkonnetjes. Het biertje smaakt goed bij Noche y Dia (Dag en nacht). Je ziet hier niet zoveel pelgrims op straat lopen, want ze hebben hier geen albergue de perigrinos.
Om acht uur ga ik voor een menu del dia bij café Monderne Anno 1912, Plaza Martinez, Zaporta 7. Het is een soort eetfabriek. Iedere tafel krijgt een fles water, een fles wijn en je hebt de keuze tussen salade of soep als voorgerecht en tussen vlees en vis als hoofdgerecht. Ook kan je kiezen uit twee toetjes. Alles loopt hier als komt het van de lopende band. Hier kan Van der Valk nog iets leren. Overal staan tv’s aan in Spanje. Hier dus ook. Voor in de zaak zie je een stier en een matador, achterin huppelen wat dames in glitterjurkjes op een toneeltje op de tv. Dit laatste is een aflevering van Idols. Ja, ook hier.
Als ik afreken met de ober, negen euro inclusief wijn en water, spreken een jonge Italiaan een en jonge Engelse die in Italië woont, mij aan. Met hen had ik een tijdje staan praten tijdens de beklimming van de Pyreneeën. Nu nemen we aan de hand van het boekje van Clemens de volgende dagen door. Ze vinden de Nederlandse gids een schitterend boekwerk.
Je hebt mij vandaag niet gehoord over het gratis wijn tappen in Monasteria de Irache. Dat heb ik gemist. In verslagen van bijna alle Santiago-gangers lees hier wel over.
Fietsen naar Santiago in 2009
(14) Pluizen in de lucht
S
Dag 14, zondag 17 mei 2009. Van Pamplona naar Estella, 58 km
De binnenstad ligt weer achter me. Ik passeer veel pelgrims te voet. Een stuk is er een speciaal fietspad aangelegd langs de wat drukkere straten. Het is nu zondagmorgen. Daarom is het nu overal nogal rustig. Na een paar km passeer ik mijn slaapburen. We wensen elkaar buen camino.
Om 10:00 uur in Campanas heb ik al aardig wat klim achter de kiezen. Inmiddels is mijn anderhalve literfles water bijna leeg. Ik koop een nieuwe fles bij een benzinestation.

Rond het middaguur strijk ik in Ermita de Eunate neer bij een achthoekige Romaanse kapel uit de 12e eeuw. Veel pelgrims stoppen hier even. Ik heb geen haast. Dus kijk ik wat rond en spreek twee Nederlandse fietsers. De ene komt vanuit Nederland via de Ardennen en centraal Frankrijk naar hier. Hij vond de omgeving in Frankrijk naar hier erg mooi. Hij had wel wat pech met zijn fiets. Onder andere zijn voor- derailleur begaf het.

Puenta la Reine is een mooie historische stad. Het is nu nogal rustig vanwege de zondag en omdat het lunchpauze is. Ik maak een mooie foto van de brug als ik het stadje uitga. Wie zie ik daar? Koos en Ben, de mannen uit Zwolle. Ze zitten net aan hun lunch. Ik schuif aan. Ik lust ook nog wel een stukje brood. Ze bieden me een zelfgezette bak oploskoffie aan. Met zijn drieën maken we de trip naar Estella, ongeveer twintig km met een stevige klim voor een deel van het stuk. Koos en Ben gaan naar de camping en ik zoek een pelgrimsherberg. Ik vind onderdak bij de herberg van de parochie. Je kunt je opgeven voor het gezamenlijk diner om 20:00 uur en voor het gezamenlijk ontbijt morgenochtend om 7:00 uur. Ik geef me op voor beide. Alles is hier donotivo. Van mij mogen ze ook gewoon zeggen het kost “zus of zo”. Ze zullen er wel hun redenen voor hebben.
Op het terras op Plaza de los Fueros zit ik aan een San- Miguelbiertje. Het is lekker zonnig. Veel met name oudere mensen zitten in hun zondagse kleren: vrouwen met jurken of mantelpakjes en mannen met stropdas om. De jongemannen zitten hier overigens gewoon in een spijkerbroek.
’s Avonds is het gezamenlijk diner in de tuin van de pelgrimsherberg. Het zou om 20:00 uur beginnen. Je begrijpt het: het is tegen 20:30 uur eer we beginnen. De chef van de herberg bidt voor. Je kan ook een fles wijn kopen voor 2 euro. Dat geld is niet voor de donativopot maar voor de chef himself. Ik koop een fles en schenk mijn beide buren ook in: een Duitser en een Italiaan. Zo kom je vanzelf in gesprek, Duits tegen de Duitser en Engels tegen de Italiaan. Ook zijn hier twee Nederlandse heren, die naar Santiago lopen. In tegenstelling tot andere pelgrimsherbergen hebben zij hier een vrouwenkamer en een mannenkamer.
Fietsen naar Santiago in 2009
(13) Stieren door de straten
S
Dag 13, zaterdag 16 mei 2009. Van Roncevalles naar Pamplona, 50 km.
Als ik vanmorgen uit het raam van mijn chique hotelkamer kijk, zie ik de zon al opkomen. Ik heb gisteravond mijn fiets twee trappen opgetild om in mijn kamer te zetten. Die moet straks weer naar beneden. Zonder tassen is dat te doen. Mijn rug protesteert wel een beetje. Omdat internet het alleen beneden in de gang/hall doet, was ik even beneden gaan zitten. Twee mannen met rugzakken komen langs en vragen waar er ergens water is te halen. Alles is dicht zeggen deze Duitsers. Als een rijke patser krijgen ze water uit mijn badkamer.
Nadat ik de fiets buiten heb gezet, spuit ik de bewegende zaken wat in met derailleur-vet.

Na ongeveer vijf kilometer neem ik plaats in een café en bestel koffie met een broodjes kaas. De café con leche smaakt prima. Het is wel erg lastig om geen Franse woordjes meer te gebruiken. Als ik daar zit komt een groep paarden, met koebellen om, langs lopen. Ik mag van de cafébaas in zijn gastenboek schrijven.
Ook praat ik hier in het café nog even met een alleen lopende Duitse pelgrima. Ze vindt het vreemd dat een niet-Duitser ook Duits kan praten. Ook snapt ze niet waar deze pelgrim zijn bagage heeft gelaten. Ik wijs naar mijn fiets. Het is haar tweede dag. Gisteren dacht ze na een paar uur: Waar ben ik aan begonnen? Zal ik weer naar huis gaan? Dat was in die regen van gisteren. Today is a sunny day.
Overigens zie je erg veel pelgrims onderweg wandelen. Die hebben wel hun eigen paadjes, maar lopen zo nu en dan stukken op de weg. Plotseling staat daar een off the road fietser. Hij vertelt mij dat hij uit Lansarotte komt. Hij gaat van nu maar verder over de weg, want zijn fiets en hijzelf zitten onder de bagger.
Om 11.00 uur doe ik mijn lunch of tweede ontbijt. Het is maar hoe je het noemt. Daar maak ik een babbeltje met twee Canadezen uit het Franstalige deel. Ze spreken overigens vloeiend Engels. Warempel, daar komt die Pakistaan aanlopen, die op mijn overloop sliep in Saint-Jean-Pied-de-Port. Die wandelt nu met een Duitse, die goed Engels spreekt, omdat ze in Zuid-Afrika heeft gewoond. Ik spreek met haar enkele zinnen Nederlands. Ze verstaat het allemaal en ik versta haar Afrikaanse antwoorden. Grappig.

Onderweg drink ik een halve liter melk van het pak dat ik onderweg kocht. Er staan hier paarden in de wei. Het zijn toch een ander soort paarden dan je in Nederland meestal ziet. Deze zijn minder slank, meer het model werkpaarden. Bij twee paarden liggen veulens op de grond. Ze schudden met hun staart. Het zijn net honden. De laatste vijftien kilometers voor Pamplona rijd ik samen op met een Duitser. Die is ergens in Duitsland vertrokken. Hij heeft ook een boekje bij zich van een soort Duitse Clemens. Samen rijden we de binnenstad in.
De kathedraal is niet open. Er zijn werkzaamheden. Al snel vinden we de pelgrimsherberg. Hij wil alleen een stempel, maar ik wil hier ook een bed, om de stad op mijn gemak te bekijken. Ik krijg nummer 50 op een grote zaal stapelbedden. Alles ziet er toch prima uit. Ik kan mijn lakenzak en slaapzak gebruiken. Nadat ik me omgekleed heb, loop ik door een aantal straten en over pleinen van de binnenstad. Dit is de stad waar eens per jaar stieren door de nauwe straten worden gejaagd om deze later in de arena aan de rand van het centrum af te maken.
In de belangrijkste straat is allerlei prullaria te koop in verband met het stierengebeuren, zoals t-shirts e.d. Er zijn vanmiddag en vanavond erg veel mensen op straat. Dit waarschijnlijk omdat het mooi weer is en zaterdagavond. Ik zit een uurtje op een terras in de zon. Wat een grandioos weer. Daarna loop ik nog een stukje rond om te zien of er ergens op dit uur iets van een belegd broodje te koop is. Het avondeten is altijd laat in Spanje. Ik vind wel een ijssalon waar het erg druk is. Daar neem ik een ijsje. Even later zitten er twee vlekken op mijn trui. Potdomme.
Daarom ga ik weer terug naar de pelgrimsherberg. Ik maak mijn polo schoon met water. De slaapburen zijn twee Canadezen en een Japanse. Ze vragen of ik zin heb om samen met hen in de stad te gaan eten. De Canadezen ontmoetten elkaar vandaag tijdens het lopen. Zij is van Poolse komaf en juriste (merge and transactions) en hij is een musicus die o.a. filmmuziek maakt. De Japanse spreekt ook aardig Engels. De Canadese man kan ook Spaans spreken, omdat hij vijf jaar in Spanje woonde in zijn jeugd. We vinden een leuke tapasbar, waar bijna alleen maar lokale mensen komen.
Vanavond wordt er op het grootste plein van de stad, Plaza del Castillo, een toespraak gehouden door iemand van een onafhankelijkheidsbeweging. Er is veel ME op de been met wapenstokken en geweren met traangasgranaten daarop. In een zijstraat staat een hele rij gepantserde guardia civil-auto’s. Zoals wij het kunnen aanzien blijft alles rustig. Voor tienen zijn we weer in de herberg, want na die tijd kom je er niet meer in. Morgen gaat om zes uur het licht weer aan.
Fietsen naar Santiago in 2009