Home » 2009 (Pagina 6)
Jaarlijks archief: 2009
(12) Klim over de Pyreneeën
S
Dag 12, vrijdag 15 mei 2009. Van St. Jean-Pied-de-Port (Frankrijk) naar Roncesvalles (Spanje), 30 km
Zal ik een rustdag nemen vandaag omdat ik wat zaakjes wil doen? Ik besluit nu nog niets. Dat doe ik wel later op de dag.Eerst ga ik even langs de fietswinkel om te kijken of ze een nieuwe fietsenstandaard voor me hebben en deze meteen erop willen monteren. De vorige is afgebroken op de eerste fietsdag. Dat was slechte kwaliteit van Decathlon. Hij heeft alleen lichtgewicht gevalletjes. Die voldoen niet, zegt hij eerlijk. De bagage is te zwaar. Dan maar zonder. No problem.
Bij de VVV, die pas om negen uur open gaat, vraag ik het adres van een wasserette en ik vraag waar en hoe ik bagage kan opsturen naar Nederland. Dat laatste kan hier alleen op het postkantoor. Daar koop ik een doos voor ongeveer dertig euro. Dat is inclusief de portokosten. Mijn tent, matrasje en drie boekjes gaan erin. Mijn slaapzak kan er niet meer bij. Die kan nog wel van pas komen; dus die gaat mee naar Spanje. Daarna ga ik naar de wasserette. Ik heb al een aardige zak met stinkend wasgoed. Een deel was al gewassen maar in drie dagen niet droog geworden. Dan gaat het nog erger stinken dan ongewassen vuil goed.

Omdat het om twaalf uur buiten op dat moment droog is als ik mijn was uit de droogmachine heb gehaald, besluit ik toch geen rustdag te nemen, maar de korte etappe naar Roncevalles in Spanje te maken. Het is een hele klim. Halverwege maak ik een gesprek met een Italiaan en een Engelse die in Italië woont. Zij hebben een wat lichtere fiets met minder bagage en zijn vandaag voor de eerste etappe op weg.
Twee kilometer voor het hoogste punt, de pas Ibañeta, 1.057 m, praat ik even met een wandelaar, toevallig ook uit Italië. Hij ziet mijn waterfles op de fiets. Hij vraagt, smeekt bijna, om water. Omdat mijn fles ook leeg is, kan ik hem niks geven. Hij zegt dat hij geen water had meegenomen en stikt van de dorst. Het is waarschijnlijk ook zijn eerste dag. Hij moet nog veel leren. Overigens komt er hier en daar water uit de bergen in flinke stralen. Of je dat kan drinken, weet ik niet. Maar als ik echt dorst had gehad, zou ik het zeker gedronken hebben. Ik kan hem wel uitleggen hoe lang het duurt voor het hoogste punt, de pas, er is en hoeveel kilometer het nog naar Roncevalles is.
Roncevalles is een echt bergdorpje. Bij het plaatselijk restaurant moet je reserveren als je er wilt eten. Het kan om 19.00 uur en om 20.30 uur. Ik reserveer voor zeven uur. Ook bespreek ik daar een kamer in het gerestaureerde klooster. Wel een stukje chiquer dan mijn nachtverblijf de vorige nacht. Er is zelf een apart zitkamer met platte tv en een soort keukentje. Ik zal die dingen niet gebruiken.
Fietsen naar Santiago in 2009
(11) Overloop
S
Dag 11, donderdag 14 mei 2009, van Sorde-l’Abbaye naar St.Jean-Pied-de- Port, 68 km.
Vanmorgen wordt er een bouwvakkersonbijt voor me op tafel gezet: vier zelfgemaakte pannenkoeken, twee bakjes eigengemaakte jam, toast, boter, een grote pot koffie, flink wat jus d’orange en een schaal fruit. Die laatste maakte ik niet helemaal soldaat. De rest wel. O ja. Gisteren toen ik hier aan kwam bij de chambre d’hote, zei de mevrouw: Zal ik wat fruit op de schaal in je kamer leggen? Dat waren twee appels en zes kiwi’s. Ik at alles achter elkaar op. Het ging erin als koek.

Het is vandaag een natte dag. Jammer want het is een mooi heuvelachtige omgeving. Na tien minuten kom ik wandelaar Ben al tegen. Even een kort praatje. Na een uur kom ik de zus van de kapper uit ons dorp en haar man tegen. Ook even een kort praatje. Ik ga toch weer vlot door. Op dit stukje weg rijden veel dikke vrachtwagens. Ik heb vandaag mijn helm weer op en mijn geel hesje over het regenjack.
In St. Palais ga ik rond 13:00 uur aan een bakkie in een plaatselijk café waar de tv luidruchtig aanstaat. Om elf uur had ik al uitgebreid stokbrood met brie gegeten. Dus ik laat het hier maar bij koffie.

Ik fiets nog een rondje door het centrum van deze plaats, maar omdat het lunchtijd is (tussen 12:00 en 14:00 uur) oogt alles erg rustig. Juist als ik weer weg wil gaan, tref ik de twee fietsers uit Zwolle weer. We rijden een stukje samen op, maar omdat er knappe klimmetjes zijn, moet je toch je eigen tempo aanhouden. Uiteindelijk rijden we gedrieën om 16:30 uur Saint-Jean-Pied-de-Port binnen.

Zij gaan de camping opzoeken en ik meld me bij de pelgrimsinformatie, nadat ik gezien heb dat de Nederlandse refugio vol is. De Franse is echter ook vol. Daarom wordt ik verwezen naar de buren van het infocentrum, een particulier adres. Ik krijg een plek op een overloop, waar vier bedden opgepakt staan, het is voor mij wel even een cultuurschok. Wat hutjemutje allemaal. Hoe zal het de volgende dagen worden? Je hebt eigenlijk helemaal geen plek om een tas uit te pakken, laat staan alle vijf. Douchen geloof ik vandaag wel. Op mijn logeeradres heb ik een kennismakingsgesprek met een Pakistaan die goed Engels spreekt en met een Japanner, die bijna geen Engels spreekt. Die laatste zet mij op de foto met de Pyreneeën op de achtergrond.
Ik loop even later het aflopende straatje uit en zie op een aanwijsbord La Poste staan. Ik ga even kijken waar het is en wat de openingstijden zijn. Het is inmiddels dicht en morgen gaat het om negen uur open. Inmiddels is de zon voor het eerst vandaag gaan schijnen. Het is nu 18:00 uur. Tijd voor een biertje op een terras. Hier ontmoet ik een ex-politieagent uit Brabant, die de route van Santiago naar huis fietst. Vorig jaar ging hij heen. Nu nam hij de noordroute terug. We besluiten later samen te gaan eten. Daar in het restaurantje komen we een stel uit Twente tegen. De man werkt bij een waterschap. Zij zijn op de fiets onderweg net als ik. Later komen de mannen uit Zwolle ook aanzetten in dit restaurantje. Dat blijken overigens ook ex-politiemensen te zijn. Een gezellig avond met allemaal Santiagogangers. De Zwollenaren nemen morgen een rustdag.
Fietsen naar Santiago in 2009
(10) De kapper
S
Dag 10, woensdag 13 mei 2009. Van Taller naar Sorde l’Abbaye (bij Peyrhorade), 60 km
Het is 7:30 uur en de regen komt met bakken uit de hemel. Zo-even hoorde ik het ook nog onweren. Ik zit lekker droog in de gemeentelijke gîte aan het ontbijt van stokbrood met smeerkaas en water. Nadat ik de spullen heb ingeruimd en in het huisje alles weer schoon op zijn eigen plek heb gezet en gelegd, ga ik op weg. Het is nu droog.
Voorbij Taller is het net als vóór Taller, eindeloze bossen. Een stukje voorbij Taller wordt houtskool gemaakt op een ouderwetse manier. Een verkeersbord waarschuwt voor de rook.

Aangekomen In de (grote) stad Dax, is er in de kathedraal juist een uitvaartmis gaande. Het lijkt me nu geen juist moment om deze grote kerk van binnen te bekijken en een stempel te scoren. Daarom ga ik lopend een stukje verderop naar de VVV. Daar zie ik een plek om te internetten: een nis in de muur met een stoel ervoor. Ik vraag aan de jongeman achter de balie of ik er hier wifi is. Nee, het is stuk en er wordt juist aangewerkt. Morgen is het wellicht klaar.Teruggekomen bij de kathedraal maak ik een praatje met twee vriendelijke mannen uit Zwolle. Zij zijn vanaf half april onderweg. Het zijn geen kilometervreters. Ze streven naar zo’n 75 km per dag. In Tours namen ze een rustdag. Vandaag willen ze net als ik naar Sorde l’Abbay. Zij gaan voor de camping vlak voor het dorp. Ik heb niet zo veel zin meer om te kamperen met al die dreigende regenbuien. Samen rijden we de stad uit. Een vrouw in een auto die net als wij even stil staat bij het stoplicht vraagt of wij elektrische fietsen hebben. Een van de Zwollenaren zegt ‘Nee, we hebben elektrische benen’.

Een stuk verder zeg ik gedag omdat ik nog even wil lunchen. Ik had ingeslagen bij Leclerc, een soort AH. Straks komen er nog twee aardige klimmetjes; dus moet er brandstof zijn ingenomen. Een half uur later zie ik ze weer. Ze zitten nu zelf te lunchen met zelf gezette koffie.
Al om 15.00 uur ben ik in Sorde l’Abbay. Het is een plaatsje gebouwd rond een abdij. Ik spreek twee Nederlandse wandelende pelgrims uit Breezand. De vrouw is de zus van kapper Thijsen uit ons dorp. Ze wandelen rustig aan en gaan vanaf hier nog een stukje verder. Twee eerdere pogingen van hen om naar Santiago te wandelen mislukten. De eerste keer ging de man bijna dood en de tweede keer moesten ze stoppen in verband met oververmoeide spieren.
Ik neem een chambre d’hote in het centrum. Ik heb tijd genoeg om het dorp eens even op mijn gemak door te lopen. Op veel plaatsen zie ik salamanders lopen. Er is een nog niet zolang geleden prachtig gerestaureerde abdijkerk. Overigens abdijbier verkopen ze niet in het café-restaurant naast de abdijkerk. Daar verkopen ze alleen – ja echt waar – Grolsch bier.

Van de mevrouw van de chambre d’hote mag ik haar computer in de huiskamer wel even gebruiken, als ik vraag of ze wifi heeft. Ik zet mijn verhaaltjes op een USB-stick, maar het lukt toch niet erg, want er staat geen Office Word op haar ordinateur. Zij zegt dat ze een echte leek op computergebied is. Ik vraag of ik de aansluiting van haar computer in mijn netbook mag steken. Dat vindt ze prima. Op die manier gaat het wel. Alleen foto’s in volle omvang binnenhalen op de weblog pakt niet.
’s Avonds lekker gegeten in het restaurant bij de abdijkerk samen met Ben Visser, een 58-jarige vertegenwoordiger in bakkerijartikelen uit Utrecht, met een kunstheup, die een sabbatical van drie maanden heeft opgenomen. Het is een wandelaar naar Santiago. Het stuk van Poitiers naar Dax heeft hij overgeslagen (getreind) in verband met de eentonige bossen van Les Landes. We hebben van zeven tot half tien zitten klessebessen. Hij houdt ook een weblog bij. Zijn verhaaltjes schrijft hij iedere dag op een smartphone en maakt dan verbinding via het mobiele telefoonnet. In België ging zijn baas, die van origine een Vlaming is, een dag een etappe meelopen met hem.
Fietsen naar Santiago in 2009
(9) Dennenbossen
S
Dag 9, dinsdag 12 mei 2009. Van Pisos naar Taller, 70 km
Nadat ik voor de camping heb afgerekend en de mensen uit Vlissingen gegroet heb, ga ik weer op pad. De natuur is kletsnat, maar de zon schijnt. Vandaag is het weer bossen, bomen, boomstammen en palenwagens. Zelfs in de schaars aanwezige dorpen ruik je de boomschors. Rond het middaguur haal ik de tent uit de tas en drapeer hem over een bankje op een rustig dorps gazon. De zon doet de rest. Als hij droog is gaat hij weer in de hoes.

Lesperon bestaat uit drie delen en die hebben de volgende officiële namen: Tireveste (trek de jas uit), tiregilet (trek het hemd uit) en tireculotte (trek de broek uit). De namen verwijzen naar vroegere tijden toen pelgrims hier nogal eens werden beroofd. Het is even na drieën en ik zie dat de supermarkt weer om drie uur open moet zijn gegaan. Echter er hangt een a4-tje naast waarop staat die hij vandaag pas om 16:00 uur zal openen. Ik heb net mijn laatste water gedronken. Ik kan het nog wel even volhouden tot het volgende dorp, al is het behoorlijk warm vandaag.

In Taller ga ik het gemeentehuis in om me te melden voor gîte d’etappe. De deur van het gemeentehuis staat wel open, maar er is niemand. Als ik beter om me heen kijk, zie ik dat de gite d’etappe pal naast de Mairie is.

Er zijn bouwvakkers bezig. Ze maken een nieuwe afzuiginstallatie in de badkamer. Ze heten me namens het gemeentebestuur van harte welkom. Het enige restaurant in het dorp is vandaag helaas alleen tijdens de middag open geweest. Dinsdagavond is hun vrije avond. De ene bouwvakker – ik denk dat het gemeentemedewerkers zijn – moet zijn zoontje van een dorp verder ophalen van de buitenschoolse opvang. Hij zegt ‘Ik ga daar om 18:00 uur heen. Als je wilt kan je meerijden en bij de Intermarché wat kopen. Ik ga weer terug naar het dorp, want ik woon hier. In de gîte staat ook een magnetron (micro ondes). “Dus dat is nog voordeliger ook, dan naar een restaurant”, zegt hij.
We gaan met zijn auto samen naar de grote supermarkt. Hij koopt een doos bier en ik onder meer een magnetronmaaltijd. Dan halen we zijn zoontje op. De jongen geef mij twee dikke zoenen. Zoiets zijn we in Nederland niet gewend. Het is overigens een prima gîte. Er staan twee vrij nieuwe stapelbedden, vier plaatsen zijn er dus. Ook staat er een blankhouten tafel met vier stoelen. Er is bestek aanwezig en er zijn bordjes. Verder is er een douche in een aparte ruimte en een toilet met een wastafel. Naast een magnetron is er ook grote lege koelkast. Het is op basis van een vrijwillige bijdrage. Deze is vastgesteld op zeven euro.
Taller is een dorpje van drie maal niks. Ik heb niet gevraagd of dat mag, maar ik zet de fiets binnen. Daar is plaats genoeg voor, omdat ik hier maar alleen ben.
Fietsen naar Santiago in 2009
(8) Les Landes
S
Dag 8, maandag 11 mei 2009. Van Espiet naar Pissos, 100 km

Ik zit vandaag niet helemaal op de route van het boekje van Clemens. Na tien km kom ik op een fietspad dat is aangelegd op een voormalige spoorlijn. Het pad gaat zelfs door een spoortunnel.
In Cadillac kom ik de drie Nederlanders tegen, die ik gisteren in St. Emilion zag, weer tegen. Twee komen uit Naaldwijk. De derde is door hen geadopteerd. Die komt uit Zutphen. Het zijn niet erg spraakzame mannen. We wensen elkaar een goede reis. Cadillac ziet er verpauperd uit, heel anders dan een dorp als Saint Emilion en de omgeving daarvan. Daar is de rijkdom overal vanaf te zien. De horeca heeft het hier goed met elkaar afgesproken. Alle cafés zijn dicht in Cadillac, omdat het maandag is. Gelukkig had ik in het landhuis bij het ontbijt al ruim koffie gedronken. Brood, beleg en water heb ik onderweg al ingeslagen. Voor Cadillac heet de streek ‘Entre deux mers’. Nu begint Les Landes. De route gaat nu een stuk naar het zuidwesten. Vandaag is het een en al dennenbossen. Die zijn in opdracht van Napoleon aangelegd. Daarvoor waren hier onherbergzame moerassen.

Ik kom een fietsende pelgrim tegen. Ik denk eerst dat het een Nederlander is. Het is een Vlaming Dirk en woont tussen Antwerpen en Gent. Hij heeft een Nederlandse fiets en AGU-tassen. Hij had de drie Nederlanders een paar dagen eerder ook ontmoet en ook stukje mee opgereden. De Nederlanders maken iedere morgen een plan waar ze heen gaan en bellen dan direct of er plek is. De Belg houdt daar niet van. Die wil gewoon kijken wat de dag brengt. Overigens rijdt hij meestal zo’n 120 á 130 km per dag.
In Pissos kom ik mede na inschakeling van het gemeentehuis op een kajakcamping terecht. Ongeveer gelijk met mij komt ook een stel uit Vlissingen met de caravan aan. De man is twee keer naar Santiago gefietst. De eerste keer toen hij 61 jaar was. Het is hard gaan regenen en het onweert daar nog bij. De Vlissingers nodigen mij uit om bij hen in de caravan met hen mee te eten. Daar zeg ik geen nee tegen. Ze hebben eigenlijk pasta voor twee personen, zegt de mevrouw. Ik heb nog tomaten in mijn tent. Dat kan er mooi bij zegt ze. Er is volgens mij al met al zat voor drie personen. Het wijntje erbij smaakt ook goed bij. Daarna drinken we nog een bakkie in de caravan. Ondertussen hoor ik aardig wat ervaringen over de fietsreizen naar Santiago. Om 21.30 uur neem ik afscheid en kruip in het pikkedonker nog in mijn fietskleren in mijn slaapzak in mijn tentje. Pas tegen de morgen wordt het droog.
Fietsen naar Santiago in 2009
(7) Wijnstadje St. Emilion
S
Dag 7, zondag 10 mei 2009. Van Aubeterre-sur-Dronne via St. Emilion naar Espiet, 86 km.
Vannacht heeft het flink geregend. Omdat het vanmorgen nog steeds regent als het tijd is om op te staan, blijf ik nog maar even liggen. Pas om 8:30 uur kruip ik uit mijn tent. Nu is het een beetje droog. Nadat ik gedoucht heb gaat het weer regenen. Onder een afdak ruim ik mijn spullen in. Nadat ik het stel uit Venhuizen (NH) om 9:30 uur heb uitgezwaaid ga ik om 10:30 uur de camping af. In een volgend dorp – ik zit inmiddels in de Dordogne – koop ik twee chocoladebroodjes bij de bakker en neem een bakkie bij het plaatselijke café. Het is een arbeiderscafé. De mensen achter de bar hebben het over politiek. Ik hoor woorden als de regering en de communisten. De cafébaas vraagt mij voor hem te bidden in Santiago. Nou ja, zegt hij, bid maar voor alle de bezoekers van dit café. Hij vindt de Hollanders taaie rakkers. Dat die helemaal naar Santiago gaan op de fiets. Sommigen nemen zelfs hun vrouw mee.

Gisteren reed ik veel langs akkers, sommige nog kaal, andere akkers met wintertarwe van ongeveer 60 cm hoog, al volop met aren. Vandaag zie ik vooral bossen. De varens staan ongeveer een halve meter hoog.
Om 13:00 uur zit ik aan een tafel van een restaurantje in Eygurande met 30 km op de teller. Het is zondag en het regent. Dus vandaag geen stokbrood op een bankje. Het restaurant heet La Dusche. Ik neem aan dat dit niets van doen heeft met een stortbad, maar zoiets betekent als Mijn liefje. In de dorpjes hier op het Franse platteland rijdt je zo een café of bakker voorbij. Geen schreeuwende letters aan de gevels of lichtreclames van biermerken. In de loop van de middag komen er steeds meer wijnboerderijen. Een dorp vóór St. Emilion kom ik langs een grote wijnfabriek. St. Emilion is een mooi plaatsje maar wel heel erg toeristisch. Hier spreek ik nog even met drie fietsende Nederlandse mannen. Ze zijn 12 dagen onderweg vanuit Nederland. Ze hebben een stempel gescoord bij de VVV en ook hebben ze hier in dit dorp een kamer geboekt.

Nadat ik het een en ander bekeken heb in het stadje besluit ik weg te gaan naar het volgende stadje. In het routeboek staat dat er daar een hotel is. Echter dat is er mee gestopt. Ik vraag een heer waar hier verder nog een hotel is. Hij verwijst me naar een volgende plaats. Dat zou een hotel met restaurant zijn. Ik fiets die kant op maar zie een aantal kilometers verder een bord met de aanduiding van een hotel linksaf. Wat later blijkt is dat hotel nog 25 km verder.

Uiteindelijk kom ik na wat “vieren en vijven” bij een chambre d’hote in een landhuis in Espiet, een stukje van de route af. Het is gebouwd in de tiende eeuw volgens de eigenaar. Het doet met een beetje denken aan de fietstocht die ik vorig jaar maakte met broer Piet van Bregenz naar Florence. Toen kwamen we bij een tandarts die hobby-wijnboer is. Hier is een echtpaar en een inwonende zoon, die voor hun plezier er een minidierentuin bij heeft. Ze hebben tijgers, luipaarden en apen. Beneden in het huis zijn twee enorme open haarden. Ze hebben wifi, maar ik ben de eerste gast die er naar vraagt. Die vraag van mij geeft een heleboel gedoe. Uiteindelijk lukt het ze niet mij een kloppende code te geven.
Fietsen naar Santiago in 2009
(6) Het mooiste dorp van Frankrijk?
S
Dag 6, zaterdag 9 mei 2009. Van Angoulême naar Aubeterre-sur-Dronne, 60 km.

Een ontbijt is niet inbegrepen. Dus die tijd spaar ik uit. Het is even zoeken om de juiste weg de stad uit te vinden. Mijn GPS-spoor volgt de route om de stad heen. Na 20 minuten sta ik weer vlak bij de binnenstad. Kom ik toevallig de hoteleigenaar tegen. Hij herkent mij en ik hem bijna niet. Hij heeft zijn zondagse pak aan. Hij weet me feilloos te vertellen welke straat ik moet hebben. Overigens het heeft het afgelopen nacht geregend. De straten zijn nog flink nat.
In Torsac zou volgens het routeboek een café zijn. Er is een restaurant maar dat gaat pas om 12:00 uur open. Volgens een boer, die ik erom vroeg, is er geen bakker in het dorp. Ik eet het restant van mijn stokbrood van gisteren op. Mijn ontbijt. Ronsenac is het volgende stadje. Hier ga ik voor koffie. Daar aangekomen is het restaurant ook dicht, waarschijnlijk de hele dag. Ik vraag aan een man die voor zijn deur staat waar de bakker van het dorp is. Hij vertelt dat de rijdende bakker ieder moment langs kan komen. “Daarom sta ik voor m’n deur”. Ze komt eraan in haar Peugeot minibestel. Ik neem een baquette en een soort gedraaide koek. De man voor zijn deur vraag ik de waterfles voor me te vullen. Ik kan er weer even tegen.


“Hierna volgt een prachtige weg met weinig voorzieningen”, zegt het routeboek. Het is wel pittig rijden, maar het is te doen. Ik stop in Aubeterre-sur-Dronne. Er staat op een bord aan het begin van het dorp, dat het één van de mooiste dorpen van Frankrijk is. Het is niet te veel gezegd. In het plaatselijke hotel is geen plaats meer. Daarom zet ik mijn tentje op de gemeentecamping. Hij is nog nat van een paar dagen geleden. Hij droogt nu snel in de zon. Het is inmiddels heel mooi weer geworden!
Ik pik een terrasje op het dorpspleintje. Ook bezoek ik de Eglise Monolithe, een in de rotsen uitgehakte kerk uit de 12e eeuw. Ik maak ook nog een foto van de gevel van de St Jaques-Santiagokerk (12e eeuwse Spaans -Moorse invloeden). Daarna nog even terug naar de camping kijken of ik nog steeds de enige gast ben. Er zijn twee mensen uit West-Friesland gearriveerd in een grote caravan. Die vertelden mij dat ze onderweg moesten omrijden omdat daar een film werd opgenomen, nota bene door Nederlanders. Zij zijn ook op doorreis naar Spanje.
Fietsen naar Santiago in 2009
(5) Nationale feestdag in Frankrijk
Dag 5, vrijdag 8 mei 2009. Van Chaurroux naar Angoulême, 79 km
Meneer John Heaton van de chambre d’hote zegt dat ik een grappig petje heb. Op mijn pet staat “Bien Venue chez les Châtis”. Hij vraagt of ik de film gezien heb. Dat niet dus. Hij heeft de film op dvd. Hij laat mij het doosje zien. “Mooie film”, zegt hij. Nadat ik de tassen op de fiets heb gehangen, komt hij aanzetten met een bierflesje met het etiquette van Châtis. Voor de lunch, zegt hij.
In het dorp koop ik mijn dagelijkse stokbroodje bij de boulangerie. De bakkers zijn zondagmorgen altijd een paar uur open. Dus ook vandaag. Dat is mooi meegenomen.
Onderweg vlak voor Nanteuil-en-Vallee steek ik mijn hand op voor een boer. Hij roept terug: “A gauche” (linkaf). Dit is vlak voor een onoverzichtelijke kruising. Ze rijden zeker weleens verkeerd of vragen hem de weg. Het dorpje zelf lijkt uitgestorven op deze feestdag. Maar het dorpscafé is open. Het is nu kwart over tien ’s morgens. Er zitten wat mannen achter een glas bier. De barman zet een tafel en een stoel voor me bij de brandende open haard. Hij vraagt: “Een koffie?” Ik zeg: “Een koffie met melk”. In Frankrijk krijg je koffie in erg kleine kopjes, als je zwarte koffie bestelt. Daarom drink ik onderweg maar koffie met melk. Even later komt er een stamgast binnen. Hij geeft iedereen een hand, mij ook. Ik denk: dat is zeker een notabele. Even later komt er weer een gast binnen. Die geeft ook iedereen een hand. Ik had dus ook een hand moeten geven toen ik binnen kwam. Nu de volgende keer als ik hier weer kom.
Het is onderweg steeds of de rits van mijn jack omlaag (bij tegen de heuvel op) of de rits omhoog (de heuvel af). Het is vooral boerenland en erg rustig onderweg. Hier en daar een dorpje. Daar zie ik meestal ook niemand. Bij de kleine bossen onderweg staat dikwijls: Réserve de chasse. Jagen doen ze hier zeker erg graag. Tegen 2 uur kom ik door het dorp Brie. Niks te zien van de witte schimmelkaasjes. Alles is ook hier potdicht. Dan maar een slok drinken uit mijn waterfles. Dat wordt hier geen bakkie. Jammer maar helaas.
Als ik in Angoulême ben zie ik al snel de borden met Auberge de jeunesse. Prachtig. Drie km verder sta ik voor de jeugdherberg. Die is gesloten van 7 tot en met 11 mei. Ja, die mensen willen ook weleens vrij. Dan maar verder naar de binnenstad. De VVV is helaas gesloten. De kathedraal is open. Daar krijg ik een stempel, maar omdat de inkt bijna op is, lijkt hij niet erg mooi (ziet er niet uit). Het mevrouwtje in de kerk heeft haar best gedaan. Ze deed zelfs wat gewijd water op het stempelkussen, maar echt baten mocht het helaas niet. Omdat ik geen advies kan vragen bij de VVV vraag ik op een terras of ze daar weten waar de straten zijn van de hotelletjes die in mijn routeboek staan. Dat weet de ober niet, maar in elk geval niet in de binnenstad, hoog verheven boven de buitenwijken van de stad. Ik vraag hem of hij een goedkoop hotel weet. Dat weet hij. Ik vind het 1-sterrenhotel. De baas is het pand aan het schilderen. Ik kan mijn fiets in de garage zetten om de hoek een stukje lager dan de entree.
Op het terras waar ik eerder vroeg naar een hotel, kan ik wifi internetten. Dan ben ik weer helemaal bij op internet en de e-mail
Fietsen naar Santiago 2009


(4) De Notre Dame van Poitiers
Dag 4, donderdag 7 mei 2009. Van Chattellerault via Poitiers naar Charroux, 103 km.
Om 8:30 uur is het al lekker zonnig als ik van de camping vertrek. Toen ik opstond was de zon nog niet te bekennen. Daarom zit de tent, net als de vorige keer, nat in de zak. Als ik het campingterrein afrijd gaat hun enige klant van afgelopen nacht weg. Hopelijk voor hen komen er vandaag weer nieuwe klanten. Ik ga nog even langs de St. Jacqueskerk, want op de plattegrond heb ik gevonden waar hij precies ligt. De kerk is nog dicht. Daarom maak ik even een kiekje.
Om half elf staat de zon te branden, zoals ik de afgelopen drie dagen niet heb meegemaakt. Ik pak de zonnecrème van onderuit één van mijn tassen en smeer me goed in. Nog geen tien minuten later is de zon weg en wordt de lucht donker. Het doet me denken aan de fietstocht die ik vorig jaar met Joke maakte langs de Donau in Oostenrijk. Toen kwam er een grote onweersbui juist toen we met een ander Nederlandse stel aan de koffie met gebak zaten. Op het dorpsplein van St. Georges is een leuk terras. Ik besluit hier aan de koffie te gaan. De tafeltjes worden hier om 11.00 uur al van kleedjes voorzien. Als ik koffie bestel wordt mij vriendelijk verzocht aan een tafeltje te gaan zitten, waar nog geen kleedje ligt en nog even ook niet komt te liggen.
Als ik na een tijdje toch maar vertrek is het nog steeds droog. Hier wordt de weg drukker omdat we in de buurt van de grote stad Poitiers komen. In Poitiers nuttig ik de lunch op een bankje voor de kathedraal Notre Dame aan het gezellige hoge plein van de stad, Marché Notre Dame. Mijn vanmorgen in Chattellerault gekochte stokbrood met ‘La Vache qui rit’ smaakt weer prima. Hier zie je punkers en bedelaars, maar ook heel chique geklede dames, die vast niet de afgelopen nacht op de camping sliepen. Ik krijg bij de VVV mijn stempel. Ze willen wel mijn nationaliteit en mijn naam weten, want dat noteren ze. Voor de accountants onder mijn lezers: Ze houden een creatieregister bij. Ook voorbij Poitiers is het erg druk met auto’s. Mijn helm gaat weer op, net als het gele hesje, zoals ik ook deed vóór Poitiers.
In Nouaillé-Maupertuis (zo’n naam krijg je toch niet uit je strot) is er een mooi uitzicht op de Abdij. Ook nu weer denk ik zo nu en dan dat het weer gaat regenen. Even later staat de zon weer te branden. De camping waar ik wil overnachten, zie ik niet. Daarom rijd ik naar een dorp 14 km verder. In Charroux kom ik uit bij een chambre d’hote (B&B) van een Engelse eigenaar. Het is al ongeveer 19:00 uur en ik heb honger als een paard en trek in een biertje van de tap. Snel ga ik na ik me gemeld heb met de fiets terug naar het dorp, ongeveer 700 m vanaf de chambre d’hote. Het restaurant wat ik eerder zag, gaat net sluiten. Aan de andere kant van de weg is een pizza-restaurant. Het ziet er hier allemaal wat sjofeltjes uit. Maar als je honger heb, zeur je daar niet over. Ik neem een vegetarische pizza. Wat kan je daar aan verknoeien?
Eenmaal terug bij de B&B praat ik nog even met de eigenaar in zijn tuin. Ik vertel hem dat het morgen nationale feestdag in Frankrijk is. Dat was hij even vergeten. Hij zegt dat de bakker in het dorp op zo’n dag ’s morgens wel een paar uur open is. Verder moet ik maar zien. Er is geen pijl op te trekken. Van Joke hoorde ik aan de telefoon dat de komende dagen veel regen wordt voorspeld in deze regionen van Frankrijk. Ik zie wel. Ik kan dan mooi de waterdichte Duitse fietstassen, het nieuwe fietsjack en de ‘rain legs’ testen. Om eerlijk te zijn heb ik liever droog weer.
Fietsen naar Santiago in 2009



(3) Als God in Frankrijk
S
Dag 3, woensdag 6 mei 2009. Van Tours naar Châtellerault, 90 km
Afgelopen nacht heb ik mijn netbook opgeladen, dankzij m’n Zuid-Europese tussenstekker en een wasje gedaan, dankzij mijn universele afvoerstop. Ook heb ik mijn telefoon opgeladen.
Vanmorgen ontbijt ik samen met de gepensioneerde vrachtwagenchauffeur uit Brabant. Hij was ergens onder Parijs gestart, nadat hij met een vrachtwagen daarheen was meegereden. Hij gaat tot de Pyreneeën en buigt dan weer een stukje naar het noorden volgens de route van het boekje Frankrijk over oude wegen. Zijn vrouw komt hem met de auto oppikken de dag na Hemelvaart.
Als ik 6 km weg ben, net goed en wel uit Tours, roept een mevrouw ‘Bravo, bravo!’ en klapt in haar handen van achter het stuur van haar auto. Heel kort daarna loopt de ketting ervan af. Inmiddels weet ik dat het niet moeilijk is om de ketting er weer op te leggen, maar je krijgt altijd zulke vuile handen. Ik offer een plastic zakje uit mijn voorraad eraan op en klaar is Kees en mijn handen nog schoon.
Rond half twaalf kom ik een wandelende pelgrim tegen onderweg naar Santiago. Ik loop een stukje met hem op. Hij komt uit Parijs en wil rond half juli in Santiago zijn. Hij loopt gemiddeld 40 km per dag. Deze man maakt een foto van mij en ik één van hem. Hij zal de foto van mij opsturen naar mijn e-mailadres.
[DW: Een jaar later de foto ontvangen]

Om 11.45 neem ik mijn lunch, gezeten op de voet van een kruisbeeld op een kruispunt van boerenwegen. Ik voel me als God in Frankrijk. Met mijn, een uur geleden bij een bakker gekocht, stokbrood tezamen met tomaat van gisteren van de Lidl, heb ik een geweldige lunch. Het is een erg rustige Franse omgeving hier. Mijn water is op. Ik zie een mevrouw in de tuin van het boerderijtje achter het kruisbeeld. Ik vraag om wat water. Ze zegt Oké en komt met anderhalve liter bronwater aanzetten. Gratis. Om 12.00 uur hoor ik het alarm van de BB. Het is de eerste woensdag van de maand. Bij ons in Nederland is dat de eerste maandag van de maand.
Halverwege de geplande route van vandaag, in St. Mauré, zijn om 12:30 uur het kasteel, de kerk, het gemeentehuis en de VVV dicht. Alles is van 12:00 tot 14.00 uur gesloten. Lunchpauze. Dan maar geen bezoekjes hier. Verder gaat mijn fietstocht.
De stad Châtellerault kom ik binnen over een fietsbrug gelegen langs een oude spoorweg. Vergane glorie. Het ziet er erg verwaarloosd uit. Het pad langs de rivier zou slecht zijn volgens het routeboekje. Dat valt erg mee. Opgeknapt? Het rijdt wel erg prettig met GPS. Het boekje heb ik overigens altijd wel bij de hand.
Om 16:30 uur kom ik aan op de gemeentecamping van Châtellerault. Ik moest wel een paar keer de weg vragen. Het ligt aan de rivier. Aan de andere kant van het water gaat regelmatig een trein langs. Dat staat ook in het boekje. Ik was gewaarschuwd. De beheerder is aan het schilderen. Daarom is het sanitairgebouw voor het grootste deel gesloten. Alleen het invalidentoilet en idem-douche zijn open. Lijkt me prima. Lekker ruim opgezet. Rond de kinderspeelplaats zijn een paar picknicktafels. Daar kan ik morgenochtend even zitten als ik uit de slaapzak ben gekropen. Brood en beleg koop ik wel in de stad. Dat is vlakbij.
Nadat ik de tent heb opgezet vraag ik de beheerder of ik de enige klant bent. Hij zegt: Tot nu toe, ja. Na wat dagelijks gekeutel ga ik op de fiets naar het centrum. Bij de VVV vertellen ze me waar de kerk van St. Jacques is. Ik vraag al vast maar een stempel van hier. Als ik de Église St. Jaques toch niet kan vinden, zoek ik maar een plekje op het terras op tegenover het stadhuis. Er rijdt weliswaar verkeer langs maar het is toch een levendig terras. Het is natuurlijk geen Tours! Nu aan het eind van de middag/begin van de avond is het lekker zonnig weer. Van Roel hoor ik aan de telefoon dat het weer in Nederland niet zo geweldig is. Ik had dit gisteren ook al op nu.nl gezien.
Fietsen naar Santiago in 2009