Home » 2009a Santiago de Compostela (Pagina 2)

Categorie archief: 2009a Santiago de Compostela

(18) De Meseta

S

Fietsen naar Santiago. Dag 18, donderdag, Hemelvaartsdag 21 mei 2009. Van Burgos naar Castrojeriz, 55 km.

‘Met enkele hellingen klimt de route tot op de glooiende hoogvlakte van Spanje, de meseta, waar het ´s zomers behoorlijk warm kan zijn. Het landschap verandert sterk met eindeloze graanvelden en dorre vlakten tot aan de horizon. De fietser vormt in deze uitgestrektheid een nietig stipje, dat langzaam vordert langs kleine dorpjes, verzonken in de kleuren van het land.¨ Tot zo ver een citaat uit het routeboekje. Ik kan het niet mooier beschrijven.

Rond 10.00 uur ben ik in Estepar; de kruidenier gaat net open. Het Nederlandse stel, Mart en Yvon, heeft zojuist hun koffie op. Ik kwam ze gisterenmorgen en vanmorgen in de albergue tegen. De man deed vorig jaar de camino per fiets alleen.

Ik neem mijn lunchpauze op een kruispunt van de wandelcamino met de fietsroute. Veel mensen groeten mij en ik groet veel mensen. Twee vrouwen zien aan mijn Gazelle dat ik een Nederlander ben. Ze zijn ruim twee weken onderweg vanuit Saint Jean Pied de Port.

Onder een boom zit een oude man te doezelen. Ik vraag of ik hem op de foto mag zetten. Dat vindt hij prima. Hij vraagt waarvan ik kom. Frankrijk, Duitsland, Engeland? Ik zeg Olanda. Hij zegt iets wat ik niet versta. Omdat hij begrijpt dat ik hem niet versta maakt hij bewegingen alsof hij een koe melkt. Ik  denk dat hij wil zeggen dat Nederland goede koeien heeft. Ik versta niet, als hij mij vraagt of ik voor hem wil bidden in Santiago of een kaars voor hem wil opsteken. Ik zeg wel si. Dan is hij ook weer blij.

Om 13:00 uur ben ik bij Hontanas. In het boekje staat dat je daar iets kan drinken. Mijn waterfles is ook leeg. Dus maar even het dorpje in. Er is hier zelfs een pelgrimsherberg. Daar kan je wel water tappen en cola uit een automaat trekken. Verder is deze nog dicht. Er is een bord aan de overkant met een verwijzing naar een café. Dat blijkt het gemeentezwembad te zijn met een barretje erbij. Hier koop ik een cola en ga even aan een tafeltje binnen zitten met een plastic zeiltje erover.

In Castrojeriz is de eerste gemeentelijke refugio vol. De particuliere is ook ´completo.´ De tweede gemeentelijke herberg gaat om 15:00 uur open. Er staat al een rij rugtassen. Ik neem een biertje bij het café aan de overkant. Als om drie uur de refugio open gaat is er nog plek voor mij na de aanwezige wandelaars. Ik heb alleen nog keuze uit bovenbedden. Ik slaap komende nacht boven een IJslander. Ik durf met hem te beginnen over Landsbanki. Hij loopt met zijn vrouw. De volgende keer wil hij ook fietsen. Dat lijkt hem leuker.

Op straat kom ik aan het begin van de avond in gesprek met een Engels stel uit Cornwall, Tony en Valerie, Zij vinden het jammer dat er zo weinig Engelsen de camino lopen. De man heeft een bedrijf dat kleine schepen maakt. We drinken gezamelijk een biertje bij een bar en zoeken ook met zijn drieën een restaurantje op om wat te eten. Om tegen half tien ga ik terug naar de albergue (refugio). Mijn was is inmiddels helemaal droog geworden door de zon en de matige wind in de tuin van de pelgrimsherberg. Voor het slapen gaan heb ik nog even een kort praatje met het IJslandse stel.

(17) Grote vogels

S

Fietsen naar Santiago. Dag 17, woensdag 20 mei 2009. Van Santo Domingo naar Burgos, 96 km.

In Santo Domingo neem ik een koffie en een croissant bij restaurant De Titanic aan een pleintje. Het is weer een zonnige dag.

Bij een bord dat aangeeft dat de provincie Burgos begint, wordt de weg minder. Niet echt slecht, maar met veel vertelstukjes van koud asfalt.

In Belorada neem ik weer een bakkie en koop brood en wat toebehoren bij een supermarktje. Ineens ben ik voorbij de stad zonder het centrum gezien te hebben. Nu ja, ik ga niet terug. Er komen nog meer interessante steden.

Een stukje zit ik op de N120; vrachtwagens razen voorbij. Het rijdt niet echt prettig. Al snel buig ik af om langs en door dorpjes te fietsen. Daartussen grote verlaten stukken bouwland en heuvellandschap met glooiende vergezichten. Het is lekker rustig. Slechts enkele keren kom je iemand tegen.

In Villalómez (990 m) vliegen vogels met zeer brede vleugels. Arenden, adelaars of vale gieren? Ik weet het niet. Hier wordt een stuk berg afgegraven. Het is wat ze noemen een steengroeve. Het dorp hier ziet er bedomd uit. Smoezelige huizen met houten aftandse deuren (1).

Als ik San Juan de Ortega binnenfiets, is het nog geen 15.00 uur. Het is er wel flink warm. Ik scoor een stempel bij de plaatselijke albergue del peligrinos, neem een cola bij de enige bar in dit piepkleine dorp en besluit nog 30 km  verder te fietsen naar Burgos. De grote stad trekt me aan.

In het dorpje Cardanajimeno (922 m) zit op de kerk een ooievaar in een nest. Ik zet de fiets aan de kant om er een foto van te maken. Enkele kilometers voor Burgos fiets ik op een wandelpad. Een Nederlands stel spreekt me aan. Ze hebben net een plek om te kamperen gevonden. Ze zijn op vakantie in Noord-Spanje. De man vertelt dat hij vijf jaar geleden ook de camino heeft gefietst. Hij deed ook een deel van de terugreis.

Net als ik Burgos ben binnen gereden, vraag ik aan een paar plaatselijke wielrenners de weg naar de pelgrimsherberg. Ze spreken weinig Engels, maar kunnen me wel duidelijk maken dat ik over ongeveer een kilometer de tweede weg rechts over een brug met beelden moet hebben en dan ergens in de buurt van de kathedraal moet zijn. Het klopt allemaal goed. Als ik weer iemand verder de weg vraag, sta ik bijna voor de deur.

Ook hier is het weer een mooi groot gebouw in het hartje van de stad. Alles ziet er pico bello uit. Ik krijg een plekkie op de 4e etage. Hier staan geen stapelbedden maar liggen matrassen op de grond. Dus geen bovenburen vannacht. Mijn buurman is een Duitser die ik een paar keer vandaag onderweg tegen was gekomen. Hij nam dikwijls andere wegen dan ik.

Samen met hem eten we van de in onze tassen aanwezige etenswaren. Ik heb nog een chiabatta onderweg gekocht bij een rijdende bakker in een klein dorp. Daar liepen toen een paar blaffende honden op straat. Toen dacht ik nog: Blaffende honden bijten niet. Dat bleek in dit geval ook te kloppen. Verder heb ik nog spek, vis uit blik, een tomaat en smeerkaas. Tijdens ons eten in de zitkamer beneden onder het genot van een Amstelbier uit blik uit de automaat, heeft het ook nog even geregend. Ik hoorde zelfs zegen dat het even geonweerd had. Nu is het echter weer droog.

Samen met de Duitser bekijk ik de kathedraal en de omgeving. Als we daar binnen zijn, krijgt hij spontaan een religieuze aanval. Hij wil een uurtje blijven om te bidden. Prima. Dan kan ik even mijn dagverslag schrijven.

Vandaag 96 km, vanaf Chartres in totaal 1.266 km.

Voetnoot (1): Op 9 juni 2009 liet een inwoonster van Villalómez een reactie achter op het stukje over haar dorp. In het kort komt het erop neer dat de vogels met de brede vleugels gieren kunnen zijn, maar ze hebben daar in het dal ook een soort kleine adelaars, genaamd buteo, buteo. De steengroeve zorgt voor werk en inkomen voor de dorpelingen.

Ze geeft een toelichting op de foto met de oude huisjes. Als klein kind zat ze dikwijls snoep te eten met vriendjes en vriendinnetjes op het trapje midden op de foto. De trappen werden vroeger gebouwd om van buiten de bovenverdieping van de woning te kunnen bereiken. In het linkerhuis wonen twee broers Lorenzo en Priscila. Het huis aan de rechterkant is niet in gebruik, zoals veel andere huizen in hun dorp en in de Ocavallei.

Ze zegt er aan gewend te zijn dat er ’s zomers buitenlanders door hun dorpjes trekken, terwijl de zon priemt tijdens de lunchtijd (DW: tussen 12.00 en 14.00 u).

(16) Santo Domingo

 

S

Fietsen naar Santiago. Dag 16, dinsdag 19 mei 2009. Van Logrono naar Santo Domingo de la Calzada, 64 km

In een stad als Logrono is de camino op veel plekken aanwezig. Diverse zaken zijn ernaar vernoemd en je ziet heel wat schelpen in de weg en op aanwijsborden. Op het platteland (wat overigens zelden plat is) zie je veel lelijke met verfkwast aangebrachte gele pijlen die de weg wijzen voor de wandelende pelgrim.

In Navarrete zit ik op het pleintje voor de La Asuncionkerk uit de 16e eeuw. Heel veel bladgoud is er in deze kerk verwerkt. Je kijkt je ogen uit. Naast mij zit een Canadees in een Spaanse krant te lezen. Ik vraagt of hij Spaans kan lezen. Hij zegt: Nee, ik kijk naar de weerberichten en eigenlijk kocht ik deze krant voor de beurskoersen. Ik: Dat past toch helemaal niet bij de camino. Hij: Zo spiritueel ben ik er niet mee bezig. Het is voor mij alleen maar lekker wandelen.

Van Navarrete naar Najera moeten er een paar ommetjes gemaakt worden, omdat op de oude route nu een snelweg ligt. Hier betekent een ommetje een stuk omhoog naar een dorpje en vandaar weer omlaag. Om 12 uur kom ik langs een aardig klein dorp, Venteso. Er staat een bordje vooraan het dorp met het opschrift: Restaurant San Anton 250 m. Ik wil me laten verrassen. Erop af voor een dagmenu. Van buiten ziet het er eenvoudig uit, maar van binnen is het erg leuk en netjes. In de serre zit je bijna in de tuin met uitzicht op het dorpskerkje. In dit dorp is een kleine albergue. De hele rij rugtassen staat al bij de deur. Op straat zitten en hangen wandelpelgrims. Ze wachten totdat ze binnengelaten worden. Dit zijn de mensen, die redelijk vroeg vertrekken en rond het middaguur klaar zijn met hun wandeling.

Vandaag waag ik me ook een paar km op het Santiagowandelpad. Het eerste stuk is goed te doen, maar later moet ik een stuk lopen omdat het pad vrij smal is met veel gleuven ontstaan door waterstromen. Daar waar ik weer op de harde weg kan, maak ik een einde aan dit uitstapje.

Ik heb vandaag weer een schitterende zonnige dag. Half vijf kom ik in Santo Domingo aan. De pelgrimsherberg is net een week oud, hoor ik zeggen. Nu, het ziet er allemaal ook erg keurig uit. Natuurlijk nog steeds redelijk grote slaapzalen. Je mag je eigen bed kiezen. Ik kies een bed vlak bij het raam niet zo ver van de deur. Dan hoef ik ´s nachts niet zo ver te lopen.

De stad heb ik nog niet bekeken. Ik ben eerst maar eens gaan douchen. In deze stad speelt het verhaal van de kip en de haan die ze hier in een hokje in de kathedraal hebben. Iedere internettende pelgrim schrijft hierover. Er zou een verhaaltje (sage) aan zijn verbonden. De kip wordt onderhouden van de toegang die je voor die kerk moet betalen. Wellicht houden ze er nog wel flink aan over.

Op straat hoorde ik van een Nederlands stel dat de kerk nu nog open en zo gaat sluiten. Ik ga toch ook maar even naar de kip en de haan kijken. Ze zitten in een heel hoog hok en volgens mij zijn het twee kippen. Dat geeft meer rust in de kerk. Verder is het ook hier weer veel bladgoud achter het altaar. Er is ook nog een crypte onder de kerk. Die laat ik maar voor wat het is. Ik hoef niet alles te zien. Op het terras op een pleintje scoor ik een Amstelbiertje. Ze hebben niks anders.

Al met al is vandaag niet zo’n spannende dag, maar voor de criticasters onder mijn lezers. Ik heb het nog steeds prima naar het zin. Mijn fiets staat hier in een speciale fietsenkamer. Er is hier ook een keuken in deze albergue. Sommige mensen maken hun eigen potje klaar. Zelf ben ik van plan om straks om 20.00 uur iets in de stad te gaan eten. Voor achten is nog niks open om te eten. Met natte handdoek heb ik buiten op een rek gehangen. Er hangt hier aardig wat wasgoed. Dat kan ook omdat het nog zo zonnig is op dit uur van de dag (19:30 uur).

’s Avonds eet ik in een klein restaurant niet ver van de albergue. Hier spreek ik met twee Duitse en een Limburgse. Die slapen vannacht in een duur hotel. Zij hadden elkaar onderweg ontmoet en liepen daarna samen. Een van hen gaat morgen met de trein naar huis. Vandaar dat sjieke hotel, om afscheid te vieren. Ook spreek ik hier met een Nederlandse man van 64, die blijft werken na zijn 65e (in zijn eigen bedrijf), en zijn dochter van 34. Samen fietsen ze naar Santiago. Ze begonnen vandaag in Logrona. Ze hadden bij hun VVV in Nederland, een fietsboek besteld, maar kregen een wandelboek. Kwart voor 10 weer terug naar de albergue, want om rond 10 uur gaat de deur dicht en om 10:30 uur de lichten uit.

Santo Domingo heeft een speciale betekenis voor mij. In 1980 was ik voor enkele dagen in Sto Domingo in de Dominicaanse Republiek. Toen maakte ik een uitstapje naar Santiago op dat eiland. Nu ben ik weer in Santo Domingo en op weg naar het Spaanse Santiago. De geschiedenis herhaalt zich.

Plan voor woensdag of naar St. Juan de Ortega (60 km) of naar Burgos (90km). Het zal waarschijnlijk het eerste worden.

 

(15) Geen wijn uit de muur

S

Dag 15, maandag 18 mei 2009, van Estella naar Logroño, 56 km

Na een simpel ontbijt in de pelgrimsherberg van de parochie van Estella, sta ik vóór achten weer buiten de deur. De zon komt voorzichtig door. Het is spitsuur. Dat is te merken aan het vele verkeer in de buitenwijken en voorsteden van de stad. De weg gaat gestaag omhoog.

Los Arcos is de volgende stad die ik aandoe. Er is een plein met arcaden. De kerk is erg mooi, ook van binnen. Ook hier zijn ze de boel, met name heel hoog in de kerk, aan het restaureren. Links en rechts en ook achter het altaar is veel gebruik gemaakt van bladgoud. De gelovigen wanen zich hier een beetje in de hemel. In Los Arcos zit ik tijdens een bakkie koffie op een terras te praten met een stel uit Zwitserland. De Zwitserse vrouw zegt in eens: Er wordt naar je geroepen. We zitten in een smal zijstraatje. Ik loop snel naar de doorgaande weg en zie Koos en Ben langsfietsen. Ik zal ze vandaag nog twee keer tegenkomen.

Viana bezoek ik ook. De Santa Maria kerk ziet er erg mooi uit. Ja, lezers. Ik bezoek veel kerken. Frits zal dit wel mooi vinden. Een lesje Spaans voor beginners: Bijna iedere zegt hola (spreek uit: ola) als ze iemand anders zien. Buenes dias kan natuurlijk ook, maar is deftiger, formeler. De VVV kan me in Viana niet aan stempel helpen. Ze zijn namelijk de hele week open, behalve op maandag. Na Viana zit ik niet meer in Navara.  Nu geen plaatsnamen meer in twee talen (Spaans en Baskisch). Nu is alles Rioja wat de klok slaat. Zelfs de universiteit van Logroño heet Rioga Universiteit.

Mijn onderkomen vind ik in deze stad. In het boekje van Clemens heet het een jeugdherberg te zijn, maar het is een studentenhuis, deel van de campus. In het begin doet de conciërge moeilijk. Hij zegt in het Spaans dat hij geen Engels spreekt. Ik denk: Als dat het ergste is, valt het wel mee. Ik laat zijn adres zijn in het routeboekje en leg mijn ID-kaart op zijn bureau. Hij boekt mij in. Hij is niet de eerste in Spanje die denkt dat Theodorus mijn achternaam is en Johannes mijn voornaam.

Als ik de conciërge later vraag naar wifi, verwijst hij mij naar de studenten in de studiezaal op de eerste etage. Ik klamp een student aan en vraag of hij weet hoe het werkt. Hij weet het niet. Ik zeg tegen hem: Je bent zeker geen wizzkid.  Dat brengt hem op een idee. Snel daarna komt hij aanzetten met een handige jongen, die wat zaken voor mij instelt. En ja hoor. Internet doet het.

Te voet ga ik naar het centrum; dat is ongeveer 25 minuten wandelen. Prima. Ik laat mijn fiets wel bij de conciërge staan. Ook hier staat de kathedraal in de stijgers. De gezellige winkelstraten hebben boven de winkels een soort Franse balkonnetjes. Het biertje smaakt goed bij Noche y Dia (Dag en nacht). Je ziet hier niet zoveel pelgrims op straat lopen, want ze hebben hier geen albergue de perigrinos.

Om acht uur ga ik voor een menu del dia bij café Monderne Anno 1912, Plaza Martinez, Zaporta 7. Het is een soort eetfabriek. Iedere tafel krijgt een fles water, een fles wijn en je hebt de keuze tussen salade of soep als voorgerecht en tussen vlees en vis als hoofdgerecht. Ook kan je kiezen uit twee toetjes. Alles loopt hier als komt het van de lopende band. Hier kan Van der Valk nog iets leren. Overal staan tv’s aan in Spanje. Hier dus ook. Voor in de zaak zie je een stier en een matador, achterin huppelen wat dames in glitterjurkjes op een toneeltje op de tv. Dit laatste is een aflevering van Idols. Ja, ook hier.

Als ik afreken met de ober, negen euro inclusief wijn en water, spreken een jonge Italiaan een en jonge Engelse die in Italië woont, mij aan. Met hen had ik een tijdje staan praten tijdens de beklimming van de Pyreneeën. Nu nemen we aan de hand van het boekje van Clemens de volgende dagen door. Ze vinden de Nederlandse gids een schitterend boekwerk.

Je hebt mij vandaag niet gehoord over het gratis wijn tappen in Monasteria de Irache. Dat heb ik gemist. In verslagen van bijna alle Santiago-gangers lees hier wel over.

Fietsen naar Santiago in 2009

(14) Pluizen in de lucht

S

Dag 14, zondag 17 mei 2009. Van Pamplona naar Estella, 58 km

De binnenstad ligt weer achter me. Ik passeer veel pelgrims te voet. Een stuk is er een speciaal fietspad aangelegd langs de wat drukkere straten. Het is nu zondagmorgen. Daarom is het nu overal nogal rustig. Na een paar km passeer ik mijn slaapburen. We wensen elkaar buen camino.

Om 10:00 uur in Campanas heb ik al aardig wat klim achter de kiezen. Inmiddels is mijn anderhalve literfles water bijna leeg. Ik koop een nieuwe fles bij een benzinestation.

Rond het middaguur strijk ik in Ermita de Eunate neer bij een achthoekige Romaanse kapel uit de 12e eeuw. Veel pelgrims stoppen hier even. Ik heb geen haast. Dus kijk ik wat rond en spreek twee Nederlandse fietsers. De ene komt vanuit Nederland via de Ardennen en centraal Frankrijk naar hier. Hij vond de omgeving in Frankrijk naar hier erg mooi. Hij had wel wat pech met zijn fiets. Onder andere zijn voor- derailleur begaf het.

Puenta la Reine is een mooie historische stad. Het is nu nogal rustig vanwege de zondag en omdat het lunchpauze is. Ik maak een mooie foto van de brug als ik het stadje uitga. Wie zie ik daar? Koos en Ben, de mannen uit Zwolle. Ze zitten net aan hun lunch. Ik schuif aan. Ik lust ook nog wel een stukje brood. Ze bieden me een zelfgezette bak oploskoffie aan. Met zijn drieën maken we de trip naar Estella, ongeveer twintig km met een stevige klim voor een deel van het stuk. Koos en Ben gaan naar de camping en ik zoek een pelgrimsherberg. Ik vind onderdak bij de herberg van de parochie. Je kunt je opgeven voor het gezamenlijk diner om 20:00 uur en voor het gezamenlijk ontbijt morgenochtend om 7:00 uur. Ik geef me op voor beide. Alles is hier donotivo. Van mij mogen ze ook gewoon zeggen het kost “zus of zo”. Ze zullen er wel hun redenen voor hebben.

Op het terras op Plaza de los Fueros zit ik aan een San- Miguelbiertje. Het is lekker zonnig. Veel met name oudere mensen zitten in hun zondagse kleren: vrouwen met jurken of mantelpakjes en mannen met stropdas om. De jongemannen zitten hier overigens gewoon in een spijkerbroek.

’s Avonds is het gezamenlijk diner in de tuin van de pelgrimsherberg. Het zou om 20:00 uur beginnen. Je begrijpt het: het is tegen 20:30 uur eer we beginnen. De chef van de herberg bidt voor. Je kan ook een fles wijn kopen voor 2 euro. Dat geld is niet voor de donativopot maar voor de chef himself. Ik koop een fles en schenk mijn beide buren ook in: een Duitser en een Italiaan. Zo kom je vanzelf in gesprek, Duits tegen de Duitser en Engels tegen de Italiaan. Ook zijn hier twee Nederlandse heren, die naar Santiago lopen. In tegenstelling tot andere pelgrimsherbergen hebben zij hier een vrouwenkamer en een mannenkamer.

Fietsen naar Santiago in 2009

(13) Stieren door de straten

S

Dag 13, zaterdag 16 mei 2009. Van Roncevalles naar Pamplona, 50 km.

Als ik vanmorgen uit het raam van mijn chique hotelkamer kijk, zie ik de zon al opkomen. Ik heb gisteravond mijn fiets twee trappen opgetild om in mijn kamer te zetten. Die moet straks weer naar beneden. Zonder tassen is dat te doen. Mijn rug protesteert wel een beetje. Omdat internet het alleen beneden in de gang/hall doet, was ik even beneden gaan zitten. Twee mannen met rugzakken komen langs en vragen waar er ergens water is te halen. Alles is dicht zeggen deze Duitsers. Als een rijke patser krijgen ze water uit mijn badkamer.

Nadat ik de fiets buiten heb gezet, spuit ik de bewegende zaken wat in met derailleur-vet.

Na ongeveer vijf kilometer neem ik plaats in een café en bestel koffie met een broodjes kaas. De café con leche smaakt prima. Het is wel erg lastig om geen Franse woordjes meer te gebruiken. Als ik daar zit komt een groep paarden, met koebellen om, langs lopen. Ik mag van de cafébaas in zijn gastenboek schrijven.

Ook praat ik hier in het café nog even met een alleen lopende Duitse pelgrima. Ze vindt het vreemd dat een niet-Duitser ook Duits kan praten. Ook snapt ze niet waar deze pelgrim zijn bagage heeft gelaten. Ik wijs naar mijn fiets. Het is haar tweede dag. Gisteren dacht ze na een paar uur: Waar ben ik aan begonnen? Zal ik weer naar huis gaan? Dat was in die regen van gisteren. Today is a sunny day.

Overigens zie je erg veel pelgrims onderweg wandelen. Die hebben wel hun eigen paadjes, maar lopen zo nu en dan stukken op de weg. Plotseling staat daar een off the road fietser. Hij vertelt mij dat hij uit Lansarotte komt. Hij gaat van nu maar verder over de weg, want zijn fiets en hijzelf zitten onder de bagger.

Om 11.00 uur doe ik mijn lunch of tweede ontbijt. Het is maar hoe je het noemt. Daar maak ik een babbeltje met twee Canadezen uit het Franstalige deel. Ze spreken overigens vloeiend Engels. Warempel, daar komt die Pakistaan aanlopen, die op mijn overloop sliep in Saint-Jean-Pied-de-Port. Die wandelt nu met een Duitse, die goed Engels spreekt, omdat ze in Zuid-Afrika heeft gewoond. Ik spreek met haar enkele zinnen Nederlands. Ze verstaat het allemaal en ik versta haar Afrikaanse antwoorden. Grappig.

Onderweg drink ik een halve liter melk van het pak dat ik onderweg kocht. Er staan hier paarden in de wei. Het zijn toch een ander soort paarden dan je in Nederland meestal ziet. Deze zijn minder slank, meer het model werkpaarden. Bij twee paarden liggen veulens op de grond. Ze schudden met hun staart. Het zijn net honden. De laatste vijftien kilometers voor Pamplona rijd ik samen op met een Duitser. Die is ergens in Duitsland vertrokken. Hij heeft ook een boekje bij zich van een soort Duitse Clemens. Samen rijden we de binnenstad in.

De kathedraal is niet open. Er zijn werkzaamheden. Al snel vinden we de pelgrimsherberg. Hij wil alleen een stempel, maar ik wil hier ook een bed, om de stad op mijn gemak te bekijken. Ik krijg nummer 50 op een grote zaal stapelbedden. Alles ziet er toch prima uit. Ik kan mijn lakenzak en slaapzak gebruiken. Nadat ik me omgekleed heb, loop ik door een aantal straten en over pleinen van de binnenstad. Dit is de stad waar eens per jaar stieren door de nauwe straten worden gejaagd om deze later in de arena aan de rand van het centrum af te maken.

In de belangrijkste straat is allerlei prullaria te koop in verband met het stierengebeuren, zoals t-shirts e.d. Er zijn vanmiddag en vanavond erg veel mensen op straat. Dit waarschijnlijk omdat het mooi weer is en zaterdagavond. Ik zit een uurtje op een terras in de zon. Wat een grandioos weer. Daarna loop ik nog een stukje rond om te zien of er ergens op dit uur iets van een belegd broodje te koop is. Het avondeten is altijd laat in Spanje. Ik vind wel een ijssalon waar het erg druk is. Daar neem ik een ijsje. Even later zitten er twee vlekken op mijn trui. Potdomme.

Daarom ga ik weer terug naar de pelgrimsherberg. Ik maak mijn polo schoon met water. De slaapburen zijn twee Canadezen en een Japanse. Ze vragen of ik zin heb om samen met hen in de stad te gaan eten. De Canadezen ontmoetten elkaar vandaag tijdens het lopen. Zij is van Poolse komaf en juriste (merge and transactions) en hij is een musicus die o.a. filmmuziek maakt. De Japanse spreekt ook aardig Engels. De Canadese man kan ook Spaans spreken, omdat hij vijf jaar in Spanje woonde in zijn jeugd. We vinden een leuke tapasbar, waar bijna alleen maar lokale mensen komen.

Vanavond wordt er op het grootste plein van de stad, Plaza del Castillo, een toespraak gehouden door iemand van een onafhankelijkheidsbeweging. Er is veel ME op de been met wapenstokken en geweren met traangasgranaten daarop. In een zijstraat staat een hele rij gepantserde guardia civil-auto’s. Zoals wij het kunnen aanzien blijft alles rustig. Voor tienen zijn we weer in de herberg, want na die tijd kom je er niet meer in. Morgen gaat om zes uur het licht weer aan.

Fietsen naar Santiago in 2009

(12) Klim over de Pyreneeën

S

Dag 12, vrijdag 15 mei 2009. Van St. Jean-Pied-de-Port (Frankrijk) naar Roncesvalles (Spanje), 30 km

Zal ik een rustdag nemen vandaag omdat ik wat zaakjes wil doen? Ik besluit nu nog niets. Dat doe ik wel later op de dag.Eerst ga ik even langs de fietswinkel om te kijken of ze een nieuwe fietsenstandaard voor me hebben en deze meteen erop willen monteren. De vorige is afgebroken op de eerste fietsdag. Dat was slechte kwaliteit van Decathlon. Hij heeft alleen lichtgewicht gevalletjes. Die voldoen niet, zegt hij eerlijk. De bagage is te zwaar. Dan maar zonder. No problem.

Bij de VVV, die pas om negen uur open gaat, vraag ik het adres van een wasserette en ik vraag waar en hoe ik bagage kan opsturen naar Nederland. Dat laatste kan hier alleen op het postkantoor. Daar koop ik een doos voor ongeveer dertig euro. Dat is inclusief de portokosten. Mijn tent, matrasje en drie boekjes gaan erin. Mijn slaapzak kan er niet meer bij. Die kan nog wel van pas komen; dus die gaat mee naar Spanje. Daarna ga ik naar de wasserette. Ik heb al een aardige zak met stinkend wasgoed. Een deel was al gewassen maar in drie dagen niet droog geworden. Dan gaat het nog erger stinken dan ongewassen vuil goed.

Omdat het om twaalf uur buiten op dat moment droog is als ik mijn was uit de droogmachine heb gehaald, besluit ik toch geen rustdag te nemen, maar de korte etappe naar Roncevalles in Spanje te maken. Het is een hele klim. Halverwege maak ik een gesprek met een Italiaan en een Engelse die in Italië woont. Zij hebben een wat lichtere fiets met minder bagage en zijn vandaag voor de eerste etappe op weg.

Twee kilometer voor het hoogste punt, de pas Ibañeta, 1.057 m, praat ik even met een wandelaar, toevallig ook uit Italië. Hij ziet mijn waterfles op de fiets. Hij vraagt, smeekt bijna, om water. Omdat mijn fles ook leeg is, kan ik hem niks geven. Hij zegt dat hij geen water had meegenomen en stikt van de dorst. Het is waarschijnlijk ook zijn eerste dag. Hij moet nog veel leren. Overigens komt er hier en daar water uit de bergen in flinke stralen. Of je dat kan drinken, weet ik niet. Maar als ik echt dorst had gehad, zou ik het zeker gedronken hebben. Ik kan hem wel uitleggen hoe lang het duurt voor het hoogste punt, de pas, er is en hoeveel kilometer het nog naar Roncevalles is.

Roncevalles is een echt bergdorpje. Bij het plaatselijk restaurant moet je reserveren als je er wilt eten. Het kan om 19.00 uur en om 20.30 uur. Ik reserveer voor zeven uur. Ook bespreek ik daar een kamer in het gerestaureerde klooster. Wel een stukje chiquer dan mijn nachtverblijf de vorige nacht. Er is zelf een apart zitkamer met platte tv en een soort keukentje. Ik zal die dingen niet gebruiken.

Fietsen naar Santiago in 2009

(11) Overloop

S

Dag 11, donderdag 14 mei 2009, van Sorde-l’Abbaye naar St.Jean-Pied-de- Port, 68 km.

Vanmorgen wordt er een bouwvakkersonbijt voor me op tafel gezet: vier zelfgemaakte pannenkoeken, twee bakjes eigengemaakte jam, toast, boter, een grote pot koffie, flink wat jus d’orange en een schaal fruit. Die laatste maakte ik niet helemaal soldaat. De rest wel. O ja. Gisteren toen ik hier aan kwam bij de chambre d’hote, zei de mevrouw: Zal ik wat fruit op de schaal in je kamer leggen?  Dat waren twee appels en zes kiwi’s. Ik at alles achter elkaar op. Het ging erin als koek.

Het is vandaag een natte dag. Jammer want het is een mooi heuvelachtige omgeving. Na tien minuten kom ik wandelaar Ben al tegen. Even een kort praatje. Na een uur kom ik de zus van de kapper uit ons dorp en haar man tegen. Ook even een kort praatje. Ik ga toch weer vlot door. Op dit stukje weg rijden veel dikke vrachtwagens. Ik heb vandaag mijn helm weer op en mijn geel hesje over het regenjack.

In St. Palais ga ik rond 13:00 uur aan een bakkie in een plaatselijk café waar de tv luidruchtig aanstaat. Om elf uur had ik al uitgebreid stokbrood met brie gegeten. Dus ik laat het hier maar bij koffie.

Ik fiets nog een rondje door het centrum van deze plaats, maar omdat het lunchtijd is (tussen 12:00 en 14:00 uur) oogt alles erg rustig. Juist als ik weer weg wil gaan, tref ik de twee fietsers uit Zwolle weer. We rijden een stukje samen op, maar omdat er knappe klimmetjes zijn, moet je toch je eigen tempo aanhouden. Uiteindelijk rijden we gedrieën om 16:30 uur Saint-Jean-Pied-de-Port binnen.

Zij gaan de camping opzoeken en ik meld me bij de pelgrimsinformatie, nadat ik gezien heb dat de Nederlandse refugio vol is. De Franse is echter ook vol. Daarom wordt ik verwezen naar de buren van het infocentrum, een particulier adres. Ik krijg een plek op een overloop, waar vier bedden opgepakt staan, het is voor mij wel even een cultuurschok. Wat hutjemutje allemaal. Hoe zal het de volgende dagen worden? Je hebt eigenlijk helemaal geen plek om een tas uit te pakken, laat staan alle vijf. Douchen geloof ik vandaag wel. Op mijn logeeradres heb ik een kennismakingsgesprek met een Pakistaan die goed Engels spreekt en met een Japanner, die bijna geen Engels spreekt. Die laatste zet mij op de foto met de Pyreneeën op de achtergrond.

Ik loop even later het aflopende straatje uit en zie op een aanwijsbord La Poste staan. Ik ga even kijken waar het is en wat de openingstijden zijn. Het is inmiddels dicht en morgen gaat het om negen uur open. Inmiddels is de zon voor het eerst vandaag gaan schijnen. Het is nu 18:00 uur. Tijd voor een biertje op een terras. Hier ontmoet ik een ex-politieagent uit Brabant, die de route van Santiago naar huis fietst. Vorig jaar ging hij heen. Nu nam hij de noordroute terug. We besluiten later samen te gaan eten. Daar in het restaurantje komen we een stel uit Twente tegen. De man werkt bij een waterschap. Zij zijn op de fiets onderweg net als ik. Later komen de mannen uit Zwolle ook aanzetten in dit restaurantje. Dat blijken overigens ook ex-politiemensen te zijn. Een gezellig avond met allemaal Santiagogangers. De Zwollenaren nemen morgen een rustdag.

Fietsen naar Santiago in 2009

(10) De kapper

S

Dag 10, woensdag 13 mei 2009. Van Taller naar Sorde l’Abbaye (bij Peyrhorade), 60 km

Het is 7:30 uur en de regen komt met bakken uit de hemel. Zo-even hoorde ik het ook nog onweren. Ik zit lekker droog in de gemeentelijke gîte aan het ontbijt van stokbrood met smeerkaas en water. Nadat ik de spullen heb ingeruimd en in het huisje alles weer schoon op zijn eigen plek heb gezet en gelegd, ga ik op weg. Het is nu droog.

Voorbij Taller is het net als vóór Taller, eindeloze bossen. Een stukje voorbij Taller wordt houtskool gemaakt op een ouderwetse manier. Een verkeersbord waarschuwt voor de rook.

Aangekomen In de (grote) stad Dax, is er in de kathedraal juist een uitvaartmis gaande. Het lijkt me nu geen juist moment om deze grote kerk van binnen te bekijken en een stempel te scoren. Daarom ga ik lopend een stukje verderop naar de VVV. Daar zie ik een plek om te internetten: een nis in de muur met een stoel ervoor. Ik vraag aan de jongeman achter de balie of ik er hier wifi is. Nee, het is stuk en er wordt juist aangewerkt. Morgen is het wellicht klaar.Teruggekomen bij de kathedraal maak ik een praatje met twee vriendelijke mannen uit Zwolle. Zij zijn vanaf half april onderweg. Het zijn geen kilometervreters. Ze streven naar zo’n  75 km per dag. In Tours namen ze een rustdag. Vandaag willen ze net als ik naar Sorde l’Abbay. Zij gaan voor de camping vlak voor het dorp. Ik heb niet zo veel zin meer om te kamperen met al die dreigende regenbuien. Samen rijden we de stad uit. Een vrouw in een auto die net als wij even stil staat bij het stoplicht vraagt of wij elektrische fietsen hebben. Een van de Zwollenaren zegt ‘Nee, we hebben elektrische benen’.

Een stuk verder zeg ik gedag omdat ik nog even wil lunchen. Ik had ingeslagen bij Leclerc, een soort AH. Straks komen er nog twee aardige klimmetjes; dus moet er brandstof zijn ingenomen. Een half uur later zie ik ze weer. Ze zitten nu zelf te lunchen met zelf gezette koffie.

Al om 15.00 uur ben ik in Sorde l’Abbay. Het is een plaatsje gebouwd rond een abdij. Ik spreek twee Nederlandse wandelende pelgrims uit Breezand. De vrouw is de zus van kapper Thijsen uit ons dorp. Ze wandelen rustig aan en gaan vanaf hier nog een stukje verder. Twee eerdere pogingen van hen om naar Santiago te wandelen mislukten. De eerste keer ging de man bijna dood en de tweede keer moesten ze stoppen in verband met oververmoeide spieren.

Ik neem een chambre d’hote in het centrum. Ik heb tijd genoeg om het dorp eens even op mijn gemak door te lopen. Op veel plaatsen zie ik salamanders lopen. Er is een nog niet zolang geleden prachtig gerestaureerde abdijkerk. Overigens abdijbier verkopen ze niet in het café-restaurant naast de abdijkerk. Daar verkopen ze alleen – ja echt waar – Grolsch bier.

Van de mevrouw van de chambre d’hote mag ik haar computer in de huiskamer wel even gebruiken, als ik vraag of ze wifi heeft. Ik zet mijn verhaaltjes op een USB-stick, maar het lukt toch niet erg, want er staat geen Office Word op haar ordinateur. Zij zegt dat ze een echte leek op computergebied is. Ik vraag of ik de aansluiting van haar computer in mijn netbook mag steken. Dat vindt ze prima. Op die manier gaat het wel. Alleen foto’s in volle omvang binnenhalen op de weblog pakt niet.

’s Avonds lekker gegeten in het restaurant bij de abdijkerk samen met Ben Visser, een 58-jarige vertegenwoordiger in bakkerijartikelen uit Utrecht, met een kunstheup, die een sabbatical van drie maanden heeft opgenomen. Het is een wandelaar naar Santiago. Het stuk van Poitiers naar Dax heeft hij overgeslagen (getreind) in verband met de eentonige bossen van Les Landes. We hebben van zeven tot half tien zitten klessebessen. Hij houdt ook een weblog bij. Zijn verhaaltjes schrijft hij iedere dag op een smartphone en maakt dan verbinding via het mobiele telefoonnet. In België ging zijn baas, die van origine een Vlaming is, een dag een etappe meelopen met hem.

Fietsen naar Santiago in 2009

(9) Dennenbossen

S

Dag 9, dinsdag 12 mei 2009. Van Pisos naar Taller, 70 km

Nadat ik voor de camping heb afgerekend en de mensen uit Vlissingen gegroet heb, ga ik weer op pad. De natuur is kletsnat, maar de zon schijnt. Vandaag is het weer bossen, bomen, boomstammen en palenwagens. Zelfs in de schaars aanwezige dorpen ruik je de boomschors. Rond het middaguur haal ik de tent uit de tas en drapeer hem over een bankje op een rustig dorps gazon. De zon doet de rest. Als hij droog is gaat hij weer in de hoes.

Lesperon bestaat uit drie delen en die hebben de volgende officiële namen: Tireveste (trek de jas uit), tiregilet (trek het hemd uit) en tireculotte (trek de broek uit). De namen verwijzen naar vroegere tijden toen pelgrims hier nogal eens werden beroofd. Het is even na drieën en ik zie dat de supermarkt weer om drie uur open moet zijn gegaan. Echter er hangt een a4-tje naast waarop staat die hij vandaag pas om 16:00 uur zal openen. Ik heb net mijn laatste water gedronken. Ik kan het nog wel even volhouden tot het volgende dorp, al is het behoorlijk warm vandaag.

In Taller ga ik het gemeentehuis in om me te melden voor gîte d’etappe. De deur van het gemeentehuis staat wel open, maar er is niemand. Als ik beter om me heen kijk, zie ik dat de gite d’etappe pal naast de Mairie is.

Er zijn bouwvakkers bezig. Ze maken een nieuwe afzuiginstallatie in de badkamer. Ze heten me namens het gemeentebestuur van harte welkom. Het enige restaurant in het dorp is vandaag helaas alleen tijdens de middag open geweest. Dinsdagavond is hun vrije avond. De ene bouwvakker – ik denk dat het gemeentemedewerkers zijn – moet zijn zoontje van een dorp verder ophalen van de buitenschoolse opvang. Hij zegt ‘Ik ga daar om 18:00 uur heen. Als je wilt kan je meerijden en bij de Intermarché wat kopen. Ik ga weer terug naar het dorp, want ik woon hier.  In de gîte staat ook een magnetron (micro ondes). “Dus dat is nog voordeliger ook, dan naar een restaurant”, zegt hij.

We gaan met zijn auto samen naar de grote supermarkt. Hij koopt een doos bier en ik onder meer een magnetronmaaltijd. Dan halen we zijn zoontje op. De jongen geef mij twee dikke zoenen. Zoiets zijn we in Nederland niet gewend. Het is overigens een prima gîte. Er staan twee vrij nieuwe stapelbedden, vier plaatsen zijn er dus. Ook staat er een blankhouten tafel met vier stoelen. Er is bestek aanwezig en er zijn bordjes. Verder is er een douche in een aparte ruimte en een toilet met een wastafel. Naast een magnetron is er ook grote lege koelkast. Het is op basis van een vrijwillige bijdrage. Deze is vastgesteld op zeven euro.

Taller is een dorpje van drie maal niks. Ik heb niet gevraagd of dat mag, maar ik zet de fiets binnen. Daar is plaats genoeg voor, omdat ik hier maar alleen ben.

Fietsen naar Santiago in 2009